NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum >

Geschiedenis

Internationale Hall of Fame
De Koninginnen van de Drafsport

Hall_of_Fame
Vorige

Gélinotte

"De Koningin van de drafsport "

geb. 4-4-1950 (Fr.) rec. 1.16,5 winsom 955.990 Nieuwe Francs
bruine merrie v. Kairos 1.23,4 u. Rhyticere 1.30
winnares van alle Europese topkoersen in 1956 en 1957
***

Volgende

Boven: Gélinotte met Charley Mills.

(Dit levensverhaal is samengesteld uit een artikel in het blad Trot Infos nr. 231 uit 2015,
de website van trot.over-blog.com en de Wikipedia)


Gélinotte was in 1956 en 1957 winnaar van het European International Grand Circuit en won tweemaal de Triple Crown (Prix d'Amérique, Prix de France, Prix de Paris), tweemaal ook de Elitloppet van Solvalla (Stockholm) over 1.609 meter en de GP Lotteria van Napels, met de Prix d'Amérique en de Elitloppet, precies de drie hoogst gedoteerde draverijen in Europa. Tijdens haar briljante carrière had Gélinotte aan 87 races deelgenomen, 54 keer en 955.990 NFrancs gewonnen en een Europees record van 1.16,5 behaald. Ze had gezegevierd in Vincennes, Enghien, Milaan, Hamburg, Modena, Stockholm, Göteborg, Kopenhagen, Berlijn, München en Wenen, en liep in 1957 ook op Duindigt, waar ze in de GP der Lage Landen als vijfde eindigde. De bochten van Duindigt lagen haar niet en bij de start 80 meter geven aan koppaard Peterhof was teveel gevraagd.

Gélinotte
Haar naam is de Franse naam voor de vogel, die wij korhoen noemen.
Maar in het Frans klinkt het veel mooier. En de draver Gélinotte kon laagvliegen.
Ze werd geboren op 4 april 1950 op het Haras de Croissanville in de Calvados, van fokker dhr. Paul Karle. De merrie werd later overgeschreven op naam van zijn echtgenote Mme Simone Karle, voor wie zij in de koersen uitkwam.

Appels
Toen ze nog klein was, deed ze al wat ze wilde, en hield ze er vooral van om, in plaats van haar moeder, haar verzorgers gezelschap te houden, omdat ze zo hield van vrijheid en onafhankelijkheid. Het was bij het grote publiek een bekend verhaal dat de merrie als jong paard eens uit haar box ontsnapt was, een hek had geforceerd en zich in de boomgaard van de buurman tegoed had gedaan aan tientallen appels. Haar hele leven waren appels de favoriete traktatie van Gélinotte. Haar eigenaresse vergat nooit om haar na elke overwinning wat appels te voeren. Maar ook als ze niet had gewonnen. En ook haar fans stuurden appels naar haar op.

Boven: Madame Karle voert haar oogappel Gélinotte een appel.

Het begin
Gélinotte werd beleerd en opgetraind door Marcel Pelbarg, in die jaren een gerenommeerde trainer. Maar de merrie was nerveus, onstuimig en gecompliceerd. Als tweejarige kwam ze 8 keer aan de start en won haar 3e koers, maar in 6 andere koersen was ze foutief. Als prille driejarige behaalde ze nog een overwinning in handen van Pelbarg, maar ze liet ook nog wel eens een steekje vallen. Pelbarg adviseerde de eigenaresse om de merrie te laten trainen door de tovenaar Charlie Mills, een rustige en zeer bekwame Ier, met wie Pelbarg was bevriend en voor wie hij een grote bewondering had. Mills sleutelde wat aan het beslag van de merrie en gaf haar zo "nieuwe voeten". Hij kalmeerde haar en wist haar vertrouwen te winnen. Gélinotte en Mills werden een koningskoppel.


Charlie Mills

Boven: Charley Mills

(Volgens LeTrot:) De in 1886 geboren Charley Mills stond bekend om zijn liefde voor vrouwen, paarden, sigaren, champagne en kunstwerken. Zijn vader was Iers, maar hij werd zelf geboren in Hamburg, in een wereld met paarden, geen Ierse volbloeden, maar harddravers. Hij maakte zichzelf bekend in Frankrijk door in 1934 de Prix d'Amérique te winnen met Walter Dear, een paard dat als 3-jarige, in 1929, in de Verenigde Staten al de Hambletonian had gewonnen. Mills probeerde het vijf jaar later, in de Prix d'Amérique van 1939, net zo goed te doen met Duitse hengst Probst, de zoon van Walter Dear, maar moest genoegen nemen met de tweede plaats achter de Amerikaan De Sota. Aan het einde van de oorlog, in 1945, werd het entrainement van Charley Mills in Duitsland verwoest. Het trainingscentrum voor dravers lag midden in de Sovjetzone en de Russen hadden zijn paarden gestolen. Dekhengst Walter Dear zelf is op mysterieuze wijze verdwenen. Vervolgens besloot hij naar Frankrijk te gaan om “van nul af aan te beginnen”. Na een groot aantal avonturen, die hier onmogelijk te vertellen zijn, werd hij de “tovenaar van Chamant”, degene die de wereld van het draven in Frankrijk volledig zou veranderen. Hij liet al zijn Franse collega's de enorme achterstand inhalen die ze hadden opgelopen ten opzichte van hun collega's uit andere Europese landen. De vooruitgang, die hij hen liet boeken, had vooral betrekking op het beslaan van paarden, maar dit is slechts één detail onder vele andere. Alle grote drafprofessionals die hem kenden, al degenen die konden profiteren van zijn ongelooflijke ervaring, erkennen unaniem al het goede dat hij in de wereld van draverijen heeft gebracht.
(einde LeTrot)

Gélinotte was een zeer nerveuze merrie. Mills gaf haar in de eerste jaren tijdens de training telkens 2 tot wel 4 heats, steeds in een zeer rustig tempo om haar te kalmeren en haar vertrouwen te winnen. Mills liet zijn merrie in de koersen altijd rustig beginnen en ging pas in de laatste ronde naar voren. Dat moest ook wel want meestal had ze een handicap bij de start. Zijn zweep nam hij wel mee, maar gebruikte hij niet. Toen de zieke Charlie zijn 3-jarige Gélinotte gedurende enige maanden niet zelf kon trainen en rijden, presteerde de merrie duidelijk minder en maakte ze weer fouten. Nadat Mills weer was opgeknapt veroverde hij heel Europa met haar.

Later zei Mills: "Het is jammer dat Gélinotte tijdens haar carrière niet naar de USA is gereisd, want ongetwijfeld zou ze daar over de mijl 1.57 (km-tijd 1.12,7) of zelfs sneller hebben gelopen."

Boven: Charley Mills met Gélinotte.


Gélinotte en Charlie, een gouden koppel
Gélinotte, nieuwbakken “à la Mills”, verscheen in de zomer van 1953 opnieuw op Vincennes, nu in handen van haar nieuwe leermeester. Ze won meteen over ruim 2.600 meter, met een nieuw record van 1.26,2. In dezelfde week volgden nog twee overwinningen, evenals een record van 1.25,1 over 2.250 meter. In het najaar werd Mills ziek en werd hij tijdelijk vervangen door Pelbarg, met wie de merrie foutief was. Zo ook in het Criterium des 3 Ans met Roger Ceran-Maillard. Men geloofde toen dat de winnaar Goëland beter was dan zij. Hij versloeg haar ook in de Prix Jules Thibault en Ephrem Houël.

Als 4-jarige: Jaargangstopper
Op vierjarige leeftijd begon Gélinotte met Mills aan een niet te stuiten zegetocht. Haar hegemonie was zo groot dat ze in Frankrijk dikwijls buiten weddenschappen werd geplaatst. Ze won snel achter elkaar: de Prix Phaëton, vóór Geyser, Gai Printemps en Goëland, in 1.20,9, de Premio della Fiori van Milaan, bij haar eerste reis naar het buitenland, in 1.19,1, voor Feu Follet X en Goëland, die nu de superioriteit van zijn voormalige rivale moest toegeven. Ze versloeg Gutemberg A op Enghien, wat niet haar favoriete koersbaan was. Vervolgens behaalde ze 11 opeenvolgende overwinningen: het Critérium Continental, de Prix Guy Le Gonidec, de Prix de l'Etoile, de Grand Prix d'Eté, het Criterium des 4 Ans, de Jubilee Grand Prix in Hamburg, de Grand Prix des Nations in Milaan, in 1.20,1, de Prix Paul Brion, de Prix Marcel Laurent, de Prix Ariste Hémard en de Prix Croix, op 15 januari 1955, toen ze formeel net 5 jaar was geworden. Ze won al deze koersen met gemak, behalve het genoemde Critérium Continental, waarin ze bij de start een grote fout had gemaakt. Na een geweldige inhaalrace leek ze tweede te gaan worden achter de ontsnapte Gutemberg A, die echter door het stek sprong, zodat ze alsnog de koers won. Vincennes stond op z'n kop! Met haar 3 buitenlandse zeges kon ze als 4-jarige reeds als de beste draver van Europa worden beschouwd.

Als 5-jarige: aansluiting bij de Europese top
Al haar opeenvolgende overwinningen leverden Gélinotte de 13 tegen 10 favorieten status op in de Prix d'Amérique 1955, waarin ze, na een hele slechte start door hinder, werd verslagen door Fortunato II, haar trainingsgenoot, gereden Roger Céran-Maillard. Gélinotte eindigde op de tweede plaats, vóór de dappere Cancannière, die als oud-winnares 25 meter bij de start had moeten geven. Deze aankomst zorgde ervoor dat boze tongen beweerden dat de hengst had mogen winnen om zijn toekomstige carrière als vaderpaard te promoten. Kort daarna werd hij als dekhengst door de staat aangekocht. Sommigen vonden dat Mills zijn merrie niet genoeg had aangespoord. Maar dat deed hij nooit, hij bewoog zijn handen niet, maar deed alleen zijn zweep omhoog. Bovendien liep de merrie tegen de pace aan en moest Mills haar vasthouden. Gélinotte maakte dit goed door daarna op briljante wijze de Prix de Belgique, Argentinië, Paris, Sélection en Vénus te winnen, voordat ze naar het buitenland ging om haar eerste nederlaag te lijden: Oriolo, de bekende Italiaanse kampioen, versloeg haar in Milaan in de GP della Fiore. Op de kleine baan kon ze haar starthandicap van 40 meter net niet goedmaken. Ze moest ook nog om 12 tegenstanders heen. Ze liep met 1.16,6 over 2.140 m wel een Europees record. Oriolo bevestigde zijn goede naam door een paar maanden later het Critérium Continental op Vincennes te winnen. Maar Gélinotte vergat al snel dat hij haar had geklopt door 14 overwinningen op rij te behalen, beginnend met de Prix Marcel Laurent en de Prix de Bourgogne.

Als 6-jarige: winnares Europees Circuit
Vervolgens won ze haar eerste Prix d'Amérique, in 1.22,2, voor Hortensia VII en Horus L, gevolgd door de Prix de France, in 1.19,2, voor Hatik en Cancannière, de Prix de Paris, in 1.21,4, voor Gay Noon en Cancannière, de Prix de Sélection, de GP della Lotteria (serie en finale) in Napels, in 1.17,7 en 1.17,8, de GP della Fiore in Milaan, de Premio Ghirlandina in Modena, de Elitloppet (serie en finale) in Stockholm, in 1.17,3 en 1.16.7, voor Frances Bulwark en Gay Noon in de finale, de Aby Grand Prix in Göteborg, in 1.20, voor Gay Noon en Carné, het Elite Rennen in Gelsenkirchen, in 1.19, vóór Tampiko en Gay Noon.
Zo bereikte ze ‘onsterfelijke glorie’ in heel Frankrijk en heel Europa. Iedereen had het over Gélinotte, ook degenen die nog nooit een voet op een koersbaan hadden gezet.

Als 7-jarige: opnieuw winnares Europees Circuit
Ze hervatte haar succes op Vincennes door haar tweede Prix d'Amérique te winnen, in 1.20,8, voor Hatik en Héli Volo. In deze koers kreeg ze als oud-winnares 25 m handicap en ook in de andere Franse topkoersen moest ze meters geven als oud-winnares of vanwege haar hoge winsom. Ze won deze koersen in recordtijden en was dus echt veel beter dan de rest van de drafwereld. Dat liet ze ook weer zien in haar tweede Prix de France (+25m), in 1.18,5, voor Emden (met Geersen) en Smaragd. En haar derde Prix de Paris (+ 75m), in 1.22,8, waarmee zij voor de tweede keer op rij de Triple Crown van Vincennes won.
Daarna vertrok ze voor een nieuwe overwinningstour naar het buitenland, waar ze de eerste serie van de Napels Lotteria Grand Prix won, in 1.18,6, voordat ze in de finale werd verslagen door de beroemde Italiaanse crack Tornese, die 20 meter minder had hoeven lopen. Ze won de Kopenhagen Cup in Denemarken (met 40 m starthandicap), vóór Jariolain en Emden, werd met dezelfde handicap tweede achter Cornet in de eerste heat van de Elitloppet in Stockholm. Ze won de tweede heat in 1.16,8, voor Cornet en Cirano, voordat ze in de finale tussen de beide heatwinnaars Cornet versloeg in 1.17,1 (ook + 40m). Ze won opnieuw in Göteborg, de Aby Stora Pris, in 1.20,2 en nam daarmee wraak op Tornese (2e), die 20 meter voorgift had gekregen. Ze trok door Nederland om haar geluk te beproeven in de GP der Lage Landen op Duindigt, maar moest genoegen nemen met de vijfde plaats achter Peterhof, waarbij ze de zware taak had om bij grote hitte 80 meter starthandicap goed te maken: dit was een onmogelijke missie! Ze had haar dag niet en bovendien lagen de krappe bochten van Duindigt haar totaal niet. Maar ze won daarna wel de Grosser Preis von Duitsland in Hamburg, in 1.19,1, voor Horrido en Jariolain, en vervolgens de Prijs der Besten in München, voor Jokai en Gay Noon. Uiteindelijk behaalde ze op 13 oktober in Wenen in 1.19,4 de laatste overwinning van haar prestigieuze carrière in het Graf Kalman Hunyady Gedenkrennen, het mooiste evenement op de Oostenrijkse kalender, die ze won voor Gay Noon en Tampiko. Het was haar 54-ste zege.

Boven: Gélinotte (met de inmiddels 70-jarige Charley Mills) wint haar
tweede Prix d'Amérique in 1957, voor de een jaar jongere hengst Hatik,
die 25 meter voorgift had gekregen.

Als 8-jarige: haar carrière loopt ten einde
Ze werd na een slechte start 2e op Vincennes in de Prix de Bourgogne, achter Infante II aan wie ze 25 meter moest geven en 5e op Enghien, 40 meter gevend over 1.600 meter. Mills heeft haar een volgende start in de Prix d'Amérique van 1958 met 50 meter handicap bespaard. Gélinotte hoefde haar kroon niet in te leveren. Ze verscheen nog twee keer in het openbaar en werd vierde in de Prix de France, gewonnen door Jamin, de 4 jaar jongere nieuwe Koning van Vincennes, in 1.18,1, vóór Infante II en Smaragd. Hij kon wel 25 meter voorgeven, maar Gélinotte niet meer. Dit was de enige keer dat Jamin en Gélinotte tegen elkaar koersten. Gélinotte nam afscheid in de Prix de Paris, die ze drie keer had gewonnen, maar waarin ze deze keer (met 75 meter starthandicap) pas als vierde kon eindigen achter de jongere Jariolain, Infante II en de Zweed Smaragd. Gélinotte werd in dat voorjaar gedekt.

Resumé
Gélinotte won 54 keer in 84 starts, meestal met handicaps van 20 tot wel 80 meter, ook in de Elitloppet, de Lotteria en haar 2e Prix d'Amérique. Haar record van 1.16,5 was ook een Europees record. Ze verdiende 955.990 Nieuwe Francs en ook dat was een record. Het was een belevenis om haar te zien lopen. Ze had geweldig veel speed en een ongelooflijke vechtlust. Zij had ook een koninklijke uitstraling met haar ingevlochten manen. In heel Europa was ze een begrip en om naar al die Europese koersbanen te reizen werd gebruik gemaakt van de trein, waarin ze totaal zo'n 40.000 km heeft afgelegd! Ze werd soms bijgenaamd “de slapende Madonna” vanwege de talrijke treinreizen, die ze veelal slapend door Europa maakte om overal de Marseillaise te laten weerklinken, als hymne van de overwinnaar.

Populariteit
Gélinotte was in die tijd zeker de meest populaire van alle dravers. Alweer zo'n grote Franse merrie met een prachtige naam, die tot Koningin van de Drafsport werd gekroond. Jarenlang bleef ze de pagina's van kranten, radio-uitzendingen, televisie-uitzendingen en bioscoopreportages vullen en ze had haar eigen fanclub. Appels waren haar grootste lekkernij en toen zij later zo populair werd, stuurden haar bewonderaars dikwijls pakketjes met appels op. De adressering was vaak niet meer dan "Mademoiselle Gélinotte, bij Mr. Mills, in Chamant (Oise)", maar dat was voor de postbode voldoende. Er zijn liedjes over haar geschreven, een roos, een jurk en een soort camembert naar haar vernoemd en films over haar gemaakt. Gélinotte was wereldwijd een idool.

Boven: Gélinotte en Mills, thuis in Chamant.

Boven: Een zeldzame kleurenfoto van Gélinotte.

Boven: Gélinotte klaar voor de start.

Boven: Gélinotte heeft alweer gewonnen.

Boven: Madame Karle geeft een overwinningskus aan Charley Mills,
na alweer een zege van Gélinotte.

Olga

Boven: Olga Pluto loopt naast het koppaard in de Elitloppet
van 1956, in het zogenaamde dodenspoor.
Links komt latere winnares Gélinotte buitenom naar voren;
Die was in Europa voor iedereen een maatje te groot,
maar "mama" Olga werd keurig derde.

GPdLL

Boven: Sensatie op Duindigt, eind juni 1957:
De geweldige Franse merrie Gélinotte en haar beroemde trainer-pikeur
Charlie Mills zijn naar Duindigt gekomen voor de GP der Lage Landen.
Zij waren in 1957 de grote blikvangers, maar de tweevoudig winnares van
de Prix d'Amérique had grote moeite met de scherpe bochten van Duindigt
en kwam helaas niet uit de verf, mede doordat ze bij de start 80 meter
moest voorgeven aan Peterhof met Willem Geersen.


GPdLL

Boven: GP der Lage Landen 1967, met nog 1 ronde te gaan.
Peterhof leidt de dans gevolgd door Quite Heny,
Quintus Harvester (reling), Roland (nr.8), Quicksilver S (kap).
Links komt Gélinotte vierdik opzetten, maar in de bocht blijft ze hangen.


Boven: Peterhof (W. Geersen) triomfeert in de Grote Prijs
der Lage Landen 1957 voor Quintus Harvester (reling),
Roland (nr.8), Emden (bles) en Gélinotte (naast Emden).
Ook de andere Franse crack Jariolain en de Zweedse crack
Martha Rappson kwamen er niet aan te pas.




Afstamming

De stamboom van Gélinotte:


De Amerikaanse Henrietta C was in 1913 de beste 5-jarige merrie van de USA en zij werd als fokmerrie naar België geëxporteerd. Haar dochter Fragilité en de dochter van een andere Amerikaanse merrie werden door de Fransman Paul Karle en zijn compagnon gekocht. Toen zij uit elkaar gingen lieten ze het lot beslissen wie welke merrie kreeg en Karle behield Fragilité. Hieruit fokte hij onder andere Rhyticere en haar dochter Gélinotte. Wat een geluk kan het lot je soms brengen!
Van de Franse basismerrie Fragilité (geb. 1927) stammen ook af de miljonairs Kito du Vivier 1.10 en Akim du Cap Vert 1.10, en verder Istraeki 1.14, Boston Terrie 1.10, Vikove 1.12, Niky des Etangs 1.19, Jail du Vivier 1.16, haar kleinzoon Colomba II 1.16, etc. En de Zweden Onas Prince 1.09 en Tout ou Rien 1.11.
Zowel Gélinottes vaderlijn (Kairos is van The Great McKinney) als haar moederlijn zijn Amerikaans. Daartussen vinden we enkele uitstekende Franse dravers. Via haar vader Kairos is Gélinotte een kleindochter van de fameuze Uranie, 3-voudig winnares van de Prix d'Amérique, met wie ze veel gemeen had.


Gélinotte als fokmerrie

In de fokkerij bracht ze geen producten van haar niveau, maar wel een aantal goede paarden. Van de 7 veulens waren Ura 1.18,5 (winsom 237.000 Euro), Bartavelle 1.18,2 (62.000 Euro), Palombe 1.20,3 Verlinotte 1.20,8 en Quiscale 1.22,3 de beste. Haar zoon Ura heeft het als vaderpaard goed gedaan en het bloed van zijn fantastische moeder aan veel nakomelingen doorgegeven. Hij werd vader van de cracks Lurabo, Noble Atout, Reine de Corta en Iris de Vandel, en goede paarden als Ispahan, Ivory Queen, Jordaens, Olvera, etc. Zijn zoon Greyhound is de vader van Ourasi, van wie hij dus de père-de-père is. Ura is de père-de-mère van de miljonairs Uno Atout en Echo en verder van o.a. Nevaio en Hermes de Pericard.
Gélinotte's dochter Bartavelle kwam op latere leeftijd in Zweden terecht en is de overgrootmoeder van de Zweedse hengst Onas Prince, deelnemer aan de Eliloppet in 2023 en 2024, waardoor Gélinotte's naam ruim 50 jaar na haar overlijden toch weer werd genoemd en deze pagina is gepubliceerd.

De beroemde merrie stierf in 1970 op 20-jarige leeftijd op het Haras de Croissanville aan een bloeding bij de geboorte van haar veulen, dat ook stierf. Dat was wereldnieuws en het stond zelfs in de Nederlandse kranten. Overal kende men haar nog. Een onvergetelijke merrie, deze Gélinotte.....



  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Museum:

Museumstukken

Prentenboek

<Hall of Fame