NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

Historie: Abe (Appie) Siderius


Hieronder een artikel van Wim Hornman uit het Boek "Hoop en Glorie in de drafsport", uitgegeven in 1980.

Titel "De laatste der paarden-Siderius"

Als je Abe Siderius zegt, de laatste paardetelg uit het roemruchte Friese pikeursgeslacht, noem je onmiddellijk daarna de namen van twee befaamde dravers uit de jaren vijftig en zestig, Olga Pluto en Carlos Pluto, een merrie en een hengst, die door hun bijna ongelooflijke prestaties de naam Siderius een gouden klank hebben gegeven. Abe Siderius, voor zijn vrienden Appie, wordt volgend jaar maart vijf-en-zestig, heeft geen paarden meer, maar wel duiven en het is hem niet aan te zien dat hij op zijn zestigste voor 80 tot 100% lichamelijk werd afgekeurd, zodat hij zijn intensieve en aantrekkelijke baan als bedrijfsleider van Fortuna Hoeve eraan moest geven.

Appie

Abe Siderius.

'Als u over de drafsport begint', zegt Abe Siderius, nadat hij zijn lange, magere lichaam in een stoel gehesen heeft, 'zit u morgenvroeg om zeven uur nog hier, want daar raak ik nooit over uitgepraat.'
Dat blijkt de eerstvolgende uren ook wel degelijk. Als we hem zo gehoord hebben, blijkt hij een trainer te zijn geweest, waarvan men in die jaren telkens kon zeggen: 'Terug van weggeweest.' Ineens was Abe Siderius er niet meer. Er was een leegte op de banen. Er werd gefluisterd dat het met hem afgelopen was en dan ineens duikt zijn naam in het programma weer op en wint hij de ene koers na de andere. Het levenspad van Abe Siderius is niet over rozen gegaan en daar komt hij rond voor uit.
'Weet u hoe het vroeger was, zo'n jaar of dertig geleden? Toen heersten de bookmakers nog op de banen en de drafsport kreeg daardoor een slechte naam. Maar ik zal u één ding vertellen. Als je in die tijd honderd pikeurs op hun kop had gezet, dan vielen er nog geen vijf rijksdaalders uit hun broekzakken, want we waren allemaal gesjochten.'
Desondanks kon hij het niet laten, want hij stamde nu eenmaal uit een vermaarde paardesportfamilie. De namen van Marten en Johannes Siderius worden door kenners altijd nog met eerbied genoemd. Johannes was op zijn beurt warm gemaakt door diens vader Abe, die op 18 juni 1880 op de Wilhelminabaan in Leeuwarden de Gouden Zweep won. Logisch, dat de jonge Appie, een schat van ervaring meekreeg.
'Als leerling-pikeur had je altijd moeilijkheden met die gesp van de staartriem, want dan moesten die twee fazantjes erdoor en dat moest precies gebeuren, anders lukte het niet. Ik ging toen als 14-jarige de kermisdraverijen af, draven onder de man en dat noemden we in Friesland dubbele hitten. Maar een paar jaar later ging ik met mijn vader naar Alkmaar. Ik keek naar de tribune en was helemaal onder de indruk. Voorzitter Olie was een hele potentaat. Dat starten was in die tijd heel anders dan nu. Je moest elk bij je rode vlag gaan staan en dan schoot Olie met zijn startpistool. Maar mijn vader stond achter hem en voordat Olie geschoten had, gaf vader me een knikje en weg was ik. Nou, dan moest ik bij Olie komen en dan voelde je je als een soldaat voor zijn generaal, want geloof me, hij had de wind eronder. Dan begon hij me stijf te vloeken, zoiets van (in het nette dan): "Verdomme, weer een Siderius die me probeert te belazeren. Nou moet je eens goed naar me luisteren, verrekte snotaap. Je draait bij je vlag zoals het behoort en je start als ik het zeg. Als ik verdomme weer zoiets zie dan laat ik je de andere kant uitgaan. Heb je dat begrepen?" Maar als we dan gestart waren, liep vader naar de middenbaan -dat mocht toen nog - en als ik harder of langzamer moest, stak hij op een bepaalde manier zijn vinger omhoog of omlaag, en o wee als ik niet keek.' In die eerste jaren zal Abe Siderius wel niet gedacht hebben dat hij eens — en dat in goed bedoelde zin — een zwerver in de draverswereld zou worden. Maar zijn levensgeschiedenis liegt er niet om. Eerst bij zijn vader; als 18-jarige in dienst bij Henny de Vries, die toen in Oranjewoud tal van paarden uit de Verenigde Staten importeerde. Later werkte hij bij Van der Veen in Hardegarijp. Weer later bij Jo Smit in Groningen - u weet wel, de man van de legendarische hengst Quicksilver S. Tot in de tweede wereldoorlog was de heer Smit zijn werkgever. Direct na de bevrijding begon hij voor zichzelf als trainer-pikeur in Noordlaren en had o.a. in de stayer Hanover T een grote troef, maar ook met de paarden van de heer Mellema, Jimmy McGregor en Hollandia, Hanover K en natuurlijk Olga Pluto.
Van Noordlaren ging het naar Groningen, waar hij 24 paarden in training had waaronder de bekende Nora Spencer. Nog was de Fries niet tevreden, want via een paar jaar Hilversum werd Baarlo bij Venlo zijn domein, maar ondanks Carlos Pluto mislukte dat. Tenslotte kwam hij op de Fortuna Hoeve terecht en daar zou hij zijn carrière als pikeur wegens gezondheidsredenen tegen zijn zin moeten beëindigen. En nu? Herinneringen aan een turbulent leven, aan honderden paarden, die hij getraind heeft, aan glorieuze successen, maar ook aan bittere teleurstellingen. Toch kan hij nog altijd relativeren, ondanks alles wat het leven hem, misschien wel door zichzelf, heeft aangedaan. Dat is ook gemakkelijk in zekere zin als telkens weer twee namen genoemd kunnen worden: Olga Pluto en Carlos Pluto. Omdat hij die zo vaak noemt, met het applaus van het publiek misschien nog in zijn oren, vragen we, dringen we aan, proberen we uit te diepen, want tenslotte is Abe Siderius het verlengstuk van Olga Pluto en Carlos Pluto, omdat hij ze meter voor meter heeft getraind, ze heeft verzorgd en vertroeteld.
Als we in die gezellige kamer daar in Pesse op dat punt zijn aangekomen, proberen we door te breken tot de bron, de training en dat is eigenlijk al een verhaal apart. Toen de eigenaar met Olga bij me kwam en ik haar al een beetje wegwijs had gemaakt, zei ik tegen hem: "Nu moet u eens goed naar me luisteren. Laten we eens verstandig met elkaar praten. Ik wil wel met dat paard rijden, maar ik doe het niet, want het is niet sterk genoeg. Het wordt wel een klassepaard, dat kan ik u verzekeren. Als u vertrouwen in me hebt, doen we het volgende: Ik zal haar goed beleren en dan komt ze weer bij u terug. U moet goed op haar passen en dan moet u haar in februari weer terugsturen. Dat heeft de man ook gedaan. In april 1950 kwam ik voor de eerste maal in Alkmaar in een klein veld met haar uit in een koers voor beginnelingen en zij kwam niet verder dan de derde plaats. Dat bescheiden begin van de toen nog slungelige Olga was werkelijk niet groots. Ze "zette zo hier en daar een been" zoals dat in koerstaai heet, maar van geweldige capaciteiten gaf zij geen blijk. Maar ik wist dat ze die bezat, dus ging ik verder met de training. Ik probeerde een goed koerspaard van haar te maken en daar heb je gewoon geduld voor nodig. Haar prestaties verbeterden zienderogen. In februari een kilometertijd van 1.50, in april 1.40 en nog wat later 1.35. Maar ik kende ook haar kwaliteiten. Ze was braaf, had karakter, veel exterieur, maar je moest haar in de koersen wel een beetje aan de praat houden, want van nature was ze geen vechter. Ze had ook altijd honger. Ze kreeg alles van me, zelfs zes eitjes per dag.
En toen kwam de Derby. We kregen 's morgens eerst een keuring op Duindigt. Jan Wagenaar was er met O Nelly Zora, dan natuurlijk O Marijke en al die oudjes. Kees Meinardi van het stamboek jureerde. Om een lang verhaal kort te maken, Olga Pluto werd als de mooiste merrie uitverkozen en Jan Wagenaar werd zo verschrikkelijk boos dat hij O Nelly Zora uit de koers haalde, die daarop weer prompt ruzie kreeg met Meinardi. Martin Vergay zat er ook in met zijn paard Oriënt Expresse. We startten en ik moet zeggen dat Olga Pluto aan de overkant niet zo best draafde. Maar je moest altijd voorzichtig met haar zijn, want het was een heel aparte merrie. Als ze te hard ging en ik nam haar terug dan begon ze uit protest te springen. Enfin, dat hebben we samen ook overleefd en zo komt het laatste rechte eind. Ik laat haar gaan en zij vloog vooruit en won de Derby in de snelste tijd die er tot dan ooit was gedraafd, 1.28.3.

Olga Pluto en Abe Siderius winnen de Derby.

Terecht was er in dat jaar kritiek op haar drafmanieren, maar met het vorderen van het seizoen werd dit beter.' Er trekt een grijns op het gezicht van Abe Siderius: 'Zo'n Derby winnen vergeet je nooit meer, maar het publiek ziet alleen de buitenkant ervan. Eerst de spanning, daarna het winnen, vervolgens de huldiging. Maar ik zal u nu - eindelijk kan dat na 29 jaar - eens de achtergrond vertellen.
Ik kwam die avond thuis met twee dronken kerels, de eigenaar en nog iemand anders. Tevoren had ik mijn vrouw opgebeld en gezegd: "Zet maar van alles op tafel, ook vlees van het varken wat we net geslacht hebben." Toen we eenmaal zaten, zei de eigenaar — en dat was een man met een kleine portemonnaie:
"Siderius, we moeten afrekenen" en hij gaf me een briefje van duizend gulden. Om dit verhaal goed te begrijpen, moet u weten dat de Derby-winnaar ƒ 3.000,— kreeg, waarvan er duizend naar mij ging. Ik zei: "Neen, je vergist je. Ik moet f 2.000,— hebben, want hij stond nog f 1.875,— bij mij in het krijt. Nou hij legde er een briefje van duizend bij en dat heb ik toen haastig van tafel gegrisd, bang dat hij het terug zou nemen. Vervolgens heb ik hem een schuldbekentenis laten tekenen voor de overige f 875, —. Zo ging dat toen en daarom is die regeling dat het aandeel van het prijzengeld van pikeur of trainer rechtstreeks op diens giro- of bankrekening wordt gestort een zegen en hulde aan de N.D.R. en de V.D.R.P., die dit hebben mogelijk gemaakt.'
Abe Siderius kan nu niet meer ophouden, hij wil verder vertellen, alles vertellen alsof hij zijn hele leven in één avond wil etaleren. En terwijl hij dat doet, krijgen we zelfs de neiging om af en toe te applaudisseren voor die brave, dappere Olga, die zo sterk was, dat het wel leek, zoals de kranten van toen schreven, alsof ze bij Krupp uit staal gemaakt was. In 1951 was zij weer als één van de eersten van de partij en wel in Alkmaar en zelfs met een overwinning. Zij werd eerste in de Holland-België-match, derde in de Grote Prijs van Nederland. Gespaard werd zij niet, want zelfs het Kampioenschap van Nederland bracht haar tussen de oudere cracks. Alleen Illustre Hanover had het gepresteerd om in 1945 als vierjarige dit nummer te winnen, maar een Olga... Veel geloof hechtte men er niet aan. Maar het liep anders uit, want juist in dit kampioenschap vormden haar kracht en moed een mengsel dat uit louter explosieven scheen te bestaan. Het ontplofte ook nog in de bikkelharde strijd tussen haar en Kievit S. De kleine Kievit S leidde duizend meter, zelfs tweeduizend meter, maar de onverstoorbare Olga viel maar aan, nog eens en nog eens en zo kwam in de laatste bocht bij Mereveld de finale ineenstorting van Kievit S, die tegen deze kracht en strijdlust niet opgewassen bleek.

Olga Pluto en Abe Siderius winnen
het Kampioenschap van Nederland.

Dit was Olga op haar best, die toen al de wondermerrie heette. In 1952 werd zij derde in het Kampioenschap Nederlandse Paarden en opnieuw eerste in de Holland -België-match. Drachtig van Calumet Erebus ging zij vroeg op stal, na eerst nog in Zweden twee heats te hebben gelopen, waarbij zij haar record verbeterde tot 1.20.4. De opvoeding van haar eersteling was kennelijk een tijdrovende zaak, want in 1953 hoorde niemand iets van haar. In 1954 kwam een herboren merrie zich opnieuw mengen in het strijdtoneel. Tweede in het Kampioenschap Nederlandse Paarden, derde in het Kampioenschap van Nederland en eerste in de Grote Jubileumprijs van Hilversum, waar zij zichzelf overtrof en als snelste tijd 1.20.3 liet afdrukken. In 1955 bracht zij haar tweede veulen en nu van The Saint. 'Wish You Were Here' werd het gedoopt, waarna Olga Pluto op de E55-tentoonstelling met haar liep te pronken. Hierop volgden weer zes achteropeenvolgende overwinningen, die waren het sluitstuk van haar prachtige carrière. Vijftig maal kwam zij aan de start om daarvan negentien keer te winnen. Zij won de Derby, het Kampioenschap Nederlandse Paarden en werd winnaar van het Winter-kampioenschap. Na Vincennes, waar zij geen succes behaalde, ging zij voorgoed de fokkerij in en Abe Siderius was het paard kwijt waaraan hij zoveel plezier had beleefd. 'Olga, ja', zegt Abe Siderius nu bij hem thuis en het is of de tijd even heeft stil gestaan. 'Ik ging haar regelmatig bezoeken als er weer een veulen geboren werd en we probeerden in dat kleine dier dan dezelfde eigenschappen te zoeken die Olga vroeger bezat. Maar het hielp niet tot ik in 1961 een hengstveulen aantrof, genaamd Carlos. Ik bleef bijna verlamd staan, omdat ik op datzelfde ogenblik wist dat dat het was. Het was een soort liefde op het eerste gezicht, als u begrijpt wat ik bedoel. Op mijn advies heeft de heer Schoonderwoerd van de Fortune Hoeve hem toen aangekocht en later kwam hij daar ook. Carlos was, net als zijn moeder, een geweldige eter, vandaar dat de hengst ook op de lange afstand een reus was. Hij startte alleen maar in de grote draverijen. Hij was intelligent en je kon bijna gewoon met hem praten. Hij won tweemaal de Gouden Zweep, in 19661 en 1967, de Sterrensprintersprijs in Hilversum, Merevelds Mijlrecord, Ralleyprijs in Almaar, te veel om op te noemen.

Appie Siderius met de crack Carlos Pluto.

Later werd Carlos Pluto minder. Hij kreeg last van zijn longen en op zekere dag zei de dokter: "Hij is naar Frankrijk geweest, heeft daar een neusbloeding gehad en toen is het longweefsel aangetast. Bij elke neusbloeding gaat er wel een stukje af. Het spijt me, Siderius, maar het is met Carlos afgelopen."
Ik dacht dat ik door de grond ging op de Fortuna-Hoeve, maar later zou ik zo'n opmerking, misschien een beetje optimistischer, over mezelf moeten horen, ook over mijn longen, van een andere arts. Toen leek het me of de geschiedenis zich herhaalde.' Abe Siderius zwijgt, zijn vrouw schenkt wat in, maar hij blijft zwijgen, kijkende naar de foto van Carlos Pluto aan de wand, misschien omdat de herinnering teveel wordt.
Maar dan ineens heft hij zijn glas op. Zijn stem is heel rustig nu.
'Ik heb wat oude boeken van mijn grootvader opgezocht en met de recepten, die ik daarin vond, ben ik aan het werk gegaan. En waarachtig, hij knapte op. Langs de hoeve hadden we toen een weggetje van 300 meter en daar ben ik met hem weer in training gegaan, heel langzaam, heel voorzichtig met de chronometer in de hand. Het ging als een klok en ineens zag ik dat hij 17 liep. Ik denk, dat klopt niet, maar bij herhaling bleek het toch het geval te zijn. Telkens 17. Toen op 22 maar 1970 de Grote Prijs van de Stad Utrecht werd verreden, heb ik hem ingeschreven. Schoonderwoerd, sportief als hij was, vond het goed. Die prijs won ik op mijn verjaardag. Ik vergeet het nooit. Later werd hij derde achter Loring Hanover in de Grote Prijs van Nederland in Groningen en het jaar daarop werd het minder, ook weer met zijn longen en hebben we hem op rust gezet. Ook weer hetzelfde als met mij nu. Ik weet nu eigenlijk pas goed wat het is om met rust te gaan. Je gaat natuurlijk financieel achteruit, maar dat was niet eens het ergste. Ik was zestig. Ik weet nog goed dat ik dat eerste jaar over straat liep en me niets meer dan een nummer voelde. Ik vroeg me telkens weer af wat ik eigenlijk voor een vent was.
Er is niets ergers dan je uitgeschakeld te voelen. Daar ga je aan kapot. Ergens was je een beetje geestelijk gestoord, maar dankzij mijn vrouw ben ik er overheengekomen, al moet ik zeggen dat ik nog wel eens slechte dagen heb. Dan ga ik om negen uur naar bed en dan voel ik me benauwd. Gelukkig ga ik elk jaar voor de paarden van de heer Spoelder zorgen. Dan gaat mijn vrouw mee en dan verlossen we samen zelfs veulens. Heerlijk is dat. Je voelt je dan weer zo'n beetje thuis. U moet niet vergeten dat ik heel mijn leven met paarden ben omgegaan. Dat was boxen schoonhouden, bandageren, poetsen, rijden, maar vooral het karakter van het paard bestuderen. Dat is het belangrijkste. En denk er dan aan dat je het nooit te vroeg voor de wagen zet. Je moet ze eerst goed stuurwijs hebben. En met paarden is het net als met kinderen: Het ene leert snel. Het andere wat langzamer. En dan komt dat woordje ...geduld... Ik zal u een paard noemen - en natuurlijk heb ik er tientallen vergeten - dat was Zefa, daar won ik de Sweepstakes mee. Toen ze bij mij op stal kwam, stond ze te rillen in de box als ik de deur maar openmaakte. Vreselijk was dat. Ze sprong zowat tegen de muur omhoog. En wat deed ik. Ik gooide wel vijftig keer per dag die boxdeur open en begon dan met haar te praten, maar niet één dag, neen, weken. Tenslotte kalmeerde ze. Toen ben ik haar heel voorzichtig aan het beleren gegaan en heb met Freek Eerenberg en met Jan van Buytene het paardje voor de sulky gezet. Heel voorzichtig. Geen woorden als "bok...vooruit...geit..., want ook het paard hoort de onvriendelijkheid van die woorden. Dat soort schelden hoor je tegenwoordig te veel, dat zal wel liggen aan de agressiviteit van onze hedendaagse maatschappij, maar ik keur het af. In mijn tijd zou het niet gebeuren.
Wat in mijn tijd wél gebeurde was het volgende. Ik moest in een 3200 meter koers starten met wijlen Leendert Kooistra's prachtige stayer Nelly Duffy. Een zware opgaaf. Nelly stond liefst 160 meter achter de koppaarden en moest aan de grote favoriet Epinard III nog 40 meter geven en bovendien lag er sneeuw die onder de hoeven bleef kleven en balvorming veroorzaakte. Op dat moment herinnerde ik me wat grootvader in dit geval zou hebben gedaan. Ik kocht wat spullen in een winkeltje en smeerde die in het geheim onder de hoeven van Nelly Duffy. Bij het proefrijden zag ik al dat het goed werkte en toen Kooistra me vroeg wat ik ervan dacht antwoordde ik: "Het kan." Hij zette de bookmaker 1 op 16. Ik moest nog twee ronden en ineens hoor ik Kooistra schreeuwen: "Ab, rijden, anders worden we straatarm." Ik dacht nou, dan staat er wat op en ofschoon ik door de modder en de sneeuw in mijn gezicht bijna niets meer zag, spoorde ik Nelly Duffy aan en we wonnen. Kooistra vloog me om de hals en riep: "Goed zo, Appie, we zijn steenrijk", want hij had maar liefst f 21.000,— gewonnen."
Abe Siderius glundert nu over zijn hele gezicht.
'Och, je hield zo van paarden. Ik kan me herinneren van heel vroeger dat ik Tamboer te rijden kreeg. Mijn vader had een paar prachtige hoefijzers in zijn hoofd en dat moest ik de hoefsmid zeggen. Maar Tamboer was te dik, dus deed ik hem een grote zweetdeken om en dan moest ik hem twee uur lang afstappen, even laten grazen en weer afstappen. En dan niet afstappen zoals ze tegenwoordig doen alsof ze de laatste trein nog moeten halen, neen, heel langzaam, heel traag zoals de negers dat doen in Amerika. Dat lichaam van het paard moet tot rust komen en als je thuis kwam, dan ging je eerst het paard afwassen met warm water en een beetje brandspiritus erin en dan, veel korter nu, weer afstappen, nogmaals, heel langzaam alsof je aan het slaapwandelen was.'
Abe Siderius staat op en gaat me voor naar de duivenhokken buiten. Hij blijft er peinzend naar kijken. 'Ik fok ook kampioensduiven, weet u. Ik kan het niet nalaten om kampioenen te hebben, zelfs niet met deze kleine diertjes. Ik moet toch wat. Ik kan de hele dag niet in mijn plakboeken zitten bladeren of naar de oude foto's zitten kijken. Maar ja, als pikeur heb ik mijn hele leven geleerd om tegen mijn verlies te kunnen en dat komt me nu goed van pas. Je moest nu eenmaal je ups en downs verwerken, want nergens is een mens zo snel vergeten als in deze sport. En niet alleen de mens, maar ook het paard. Beiden verdwijnen in het verleden en alleen de herinnering is er nog. Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik al die paarden weer voor me, in hun slechte en in hun goede momenten en dan is het net of alles weer terugkeert, de Gouden Zweep die ik tweemaal in mijn handen mocht houden, de Derby die ik won en die ravage achter me bij de Gouden Zweep toen er ik weet niet hoeveel paarden over de kop gingen en een paard zelfs stierf. Dat was verschrikkelijk, maar ook die dingen gebeuren, al is het dan achter je rug. Ups en downs, fijne eigenaars, niet zo fijne eigenaars, paarden waar je veel van verwacht en die het niet waarmaken, paarden die je tot duizelingwekkende hoogte brengen. En dan vele, vele uren van training, dagen, weken, maanden. Iemand vroeg me eens: "Waar moet ik mijn paard nu heenbrengen?" en ik antwoordde hem: "Naar de trainer die hem heeft beleerd, want daar hoort hij thuis." 'En u bent de laatste van de paarden-Siderius?' Hij knikt. 'Ja, mijn zoon heeft nu een bloemenzaak. Hij heeft ook gereden en met veel succes. Maar zakelijk zag hij het meer in de bloemen zitten. Die zijn geliefd. Die brengen vreugde. Hoeveel bloemen zouden er niet op de wereld zijn. Miljoenen. En als ze uitgebloeid zijn, kun je weer nieuwe kopen. En je hoeft niet lang te zoeken voor je mooie gevonden hebt. Hoelang moet een trainer zoeken naar een goed paard? En als hij het heeft dan maar bidden dat het niet bij je weggehaald wordt. Wat dat betreft heb ik voortreffelijke eigenaars gehad, heel sportieve ook, die de trainer lieten beslissen. En dat zouden ze allemaal moeten doen, want geen enkele outsider heeft er enig idee van wat een pikeur met zijn paard heeft gedaan voordat het winnen kan. Als het dan een crack blijkt te zijn dan wordt de verantwoordelijkheid nog groter, want niets is zo vlug vernield als een tweejarige. Als ik nog eens een paard een naam zou mogen geven, dan heette het "Baas, geduldig alstublieft".
Tegen zeven uur, niet 's morgens maar 's avonds stappen we op. Bij het afscheid zegt Abe Siderius: 'Fijn dat u me hebt laten praten. Daar ben ik soms zo hoog nodig aan toe. Ik begin nu aan dit leven te wennen, maar ik mis de paarden nog altijd. Ze geven inhoud aan je leven.'
'Ja', zegt zijn vrouw als we haar bedanken voor de gastvrijheid. 'Hij heeft nu duiven, maar geef mij de paarden maar.'
En weer zijn ze het samen eens, zoals vroeger, toen ze elkaar aflosten bij de 'veulenwacht' in die heerlijke, drukke, enerverende, spannende dagen, die nu voor eens en voorgoed voorbij zijn. Zijn handdruk is krachtig als we afscheid nemen.
'Ik houd alles nog bij en ik krijg de Paardesport gratis en dat vind ik een geweldige geste aan een trainer, die zijn sporen toch wel verdiend heeft.' 'Dubbel en dwars', zeggen we en over ons heen kijkt hij naar buiten alsof daar een koers bezig is en hij het hoefgetrappel kan horen.


  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Klassiekers

Kampioensch.

Rennen

Langebanen

Kortebanen

< Mensen

Diverse