NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

Mees Dapper

 

Circa viermaal per jaar geeft de historische vereniging "De Zijpe" een blad uit, genaamd "Zijper Historie Bladen". De Zijpe is het gebied tussen Alkmaar en Den Helder en omvat o.a. de gemeenten Petten, Callantsoog, 't Zand en Schagerbrug. Drafsportliefhebbers weten dan meteen dat dit een drafsportbolwerk is. Denk maar aan de hier gevestigde trainers Hugo Langeweg, Peter Strooper, Patrick de Haan, en vroeger Bram Nottelman, Piet Strooper, Mees Dapper, Siem Hartman, Leo Schoonhoven, Renco Slik, Van Klaveren, etc. In de "Zijper Historie Bladen" zijn enkele jaren geleden zes artikelen over een aantal Zijper entrainementen gepubliceerd, die we met toestemming mochten overnemen.

In onderstaande tabel staan alle afleveringen van deze "Stable-tour" door de gemeente De Zijpe. Verklaring der kolommen:
- aflev. is de aflevering in de Zijper bladen (1 t/m 6)
- datum: is de datum van plaatsing op deze website
- plaats: is de locatie van het entrainement

aflev. datum plaats trainer click

1a

09-11-2010

Burgerbrug

Susanna / W. Paarlberg

hier

1b

09-11-2010

Schagerbrug

Willem III / C. Brommer

hier

2

18-11-2010

Sint Maartensbrug

Bram Nottelman

hier

3

07-11-2010

't Zand

Piet Strooper

hier

4

01-12-2015

Sint Maartensbrug

Mees Dapper

hier

5a

20-12-2015

Callantsoog

Willem Strooper (+Wil Blauw)

hier

5b

29-12-2015

Callantsoog

Peter Strooper

hier

5c

29-12-2015

Callantsoog

Hans Ruygrok

hier

5d

23-02-2013

Callantsoog

Cees en Ellen Imming

hier

6a

26-03-2016

Schagerbrug

Leo Schoonhoven

hier

6b

02-04-2016

Schagerbrug

Siem Hartman

hier

6c

29-04-2016

Schagerbrug

Hugo Langeweg

hier


Op deze pagina de aflevering over Mees Dapper, aflevering 4.
(kijk ook eens op www.zijpermuseum.nl)


Entrainementen in Zijpe
Uit Zijper Historie Bladen nr. 4 uit 1999.
Aflevering 4: MEES DAPPER, RUIGEWEG, SINT MAARTENSBRUG

Door L.F. van Loo
(met speciale dank aan J.E. de Boer)

Inleiding
Het begon allemaal in het midden van de jaren vijftig. Toen streken de Van Klaverens uit Rijnsburg in Callantsoog neer. Van Klaveren Sr. was peenteler, maar had ook dravers in eigendom. Eerst kocht hij Abbestederweg 32, waar nu zijn dochter en haar man Wim C. (of Willem) Strooper zitten. Later verwierf hij ook Holstein aan de Jeweldijk. Zoon Anton ging daar paarden trainen. Diens broer Frans was een goede amateurrijder, maar de laatste jaren is hij vooral met zijn strandpaviljoen in de weer.
Op een klein stukje Callantsoog zijn er thans drie entrainementen: dat van Willem Strooper, dat van zijn zoon Peter (die het overnam van Hans Ruygrok) en dat van Cees Imming (die medio jaren zestig een tijdje bij de eerste werkte) aan de Zandweg. Dit artikel is gebaseerd op interviews met de heer en mevrouw Strooper-Van Klaveren, Peter Strooper en zijn Zweedse vriendin Mayvor Johansson, Hans Ruygrok en Cees en Ellen Imming) en diverse artikelen in kranten en tijdschriften.

Entrainement Dapper
Op 5 maart 1998 melden we (Jan de Boer en ik) ons volgens afspraak, om 16 uur op het entrainement van de familie Dapper aan de Ruigeweg nr. 29 in Sint Maartensbrug. Een legendarische plek voor de Nederlandse drafsport in het algemeen en de Zijper in het bijzonder. Want hier begon Bram Nottelman in de jaren 30 zijn eigen spul. Ruim dertig jaar later, in april 1968, nam Mees (van Bartholomeus) Dapper (geboren Burgervlotbrug, Molenweg, 1935) het entrainement van hem over. En die zit er nu ook al weer ruim dertig jaar.
Eerst bezoeken we de stallen - een grote betonnen voormalige bollenschuur met een brede middengang en paardenboxen aan beide kanten. Zo'n tien dravers staan rustig toe te kijken. Kleinzoon Bram (!) voetbalt er met zijn vader. Vroeger mocht dat nooit, zeggen de dochters van Mees, maar ja kleinzonen...

Trouwe vriend Nic Besteman uit Burgerbrug meldt zich om aan het gesprek deel te nemen. Maar eerst moet er voor Bram een doosje rozijnen uit de auto gehaald worden. Zo doet Ome Nic dat. Na een blik op de fraaie, naast de stallen gelegen, trainingsbaan van 700 meter zijn we er klaar voor.
In de zitkamer met de vele trofeeen beginnen we te praten over de drafsport en uren later moeten we ons bijna losworstelen (figuurlijk gesproken uiteraard), want onze vrouwen worden ongerust. Twee van de vier dochters Dapper zijn aanwezig bij het gesprek, evenals een schoonzoon en de kleine Bram. En natuurlijk Dora Dapper-Mooy, de echtgenote van Mees. Een tuindersdochter uit Tuitjenhorn, die in Burgerbrug in het cafe werkte en zo haar toekomstige man ontmoette. In mei 1999 had ik nog een gesprek met Mees en Dora Dapper. Een maand later interviewde ik oudste dochter Gudi, ook pikeur maar de laatste tijd meer als hobby.

Vader Dapper/Lilly Harvester

Boven: Mees Dapper senior.

Mees Senior
Veehouder Bartholomeus Dapper Sr. aan de Molenweg was al jaren met paardjes bezig, zoals dat toen genoemd werd. Hij kocht eind jaren veertig van Bram Nottelman een jonge merrie: Lilly Harvester. Hij wou het dier zelf beleren, daar had hij aardigheid in. Maar op een kwade dag liep Lilly een kapot been op tussen de werkpaarden. Vader Dapper wilde haar niet laten afmaken en met veel gemartel kwam het toch min of meer goed. Niet om mee te draven, maar wel voor de fokkerij. Hoewel niet meteen, want het eerste veulen werd dood geboren. De tweede was Rally Harvester, die Bram Nottelman kocht en weer verkocht aan Arie Tesselaar en Brandsma. Sally Harvester, het derde veulen, kwam op de baan met vader Dapper, die nog op zijn 57e met koersen begon, als amateur.

Mees Dapper junior

Boven: Mees Dapper met zijn ereprijs na de zege
in het Gouden Paard 1969.


De start van Mees
Tabor Harvester D. was het eerste paard dat op naam van Mees kwam. Nadat vader Dapper zijn fokproduct teruggekocht had, toen hij al snel niet bleek te aarden bij de nieuwe eigenaar. Op zijn achttiende ging Mees Dapper met dit paard zijn eerste koers in. Dat werd een ramp: hij kwam een ronde achter binnen..., was zeer teleurgesteld en zei "ik ga nooit meer". Gelukkig zou dat anders uitpakken.
En er waren excuses voor het slechte verloop van die eerste koers. Nadat Tabor teruggekocht was had Mees lang werk om hem weer goed te krijgen. Die eerste koers kwam te snel. Mees trainde dus verder met Tabor en op een gegeven moment vond hij hem er klaar voor. Zozeer zelfs dat er op hem gewed moest worden, eigenlijk niets voor Mees. Echtgenote Dora zette vijf gulden plaats en vijf gulden winnend. En waarachtig, Tabor won met gemak. Dat leverde zo'n 400 gulden op, een aardig bedrag in die tijd. De Stroopers van de Korte Belkmerweg, waar Mees, Dora en Tabor mee mee waren, zeiden: "nu je vader bellen". Zo gezegd, zo gedaan - in de bestuurskamer van de drafbaan. Mees zei alleen: "Tabor heb wonnen. Dag hoor". Westfries: kort maar krachtig.
Bij thuiskomst deelde de hele familie mee in de winst, zo wilde vader Dapper dat. Tabor won later nog wel wat, maar had veel last van koliek. Volgens Mees een gevolg van de heimwee die Tabor bij de vorige eigenaar had gehad.

1944

Boven: Tabor Harvester D (Mees Dapper) zegeviert
op 5-6-1956 te Duindigt. Tweede Unworthy (nr.4 met Martin Vergay).



Eigen entrainement
Dapper jr. was al in 1956 in het bezit gekomen van een eigenaar-trainer-rijdersvergunning, die hem het recht gaf zijn eigen paarden te trainen alsmede maximaal vijf dravers van anderen. Tot 1968 bleef Mees op het bedrijf van zijn vader, intussen was hij met Dora getrouwd. Na nog een tijd met zijn vader gekoerst en gefokt te hebben (met goede paarden als Fred Harvester en Christien Williams - getraind voor de gebroeders Rampen) wilde Mees voor zichzelf beginnen. Vader Dapper had een boerderij in Schoorl gekocht en de zoon wilde eigenlijk niet mee. Nu was Bram Nottelman net in die tijd herstellende van een zwaar ongeluk op de baan van Hilversum. Hij liep daar een schedelbasisfractuur op, wat overigens leidde tot de verplichting voor de pikeurs om voortaan een helm te dragen. Bram zag het allemaal niet meer zo zitten en zei dat hij wel aan Mees wilde verkopen. Die kwam immers geregeld bij Nottelman, onder meer om te oefenen met Yellow Six (zie hierna). Maar snel ging het allemaal niet, die verkoop. Vijf maanden lang is er onderhandeld door Mees en zijn broer Jan met Bram Nottelman. Die aarzelde en aarzelde, vroeg waar moet ik heen? En ik heb nog twaalf paarden in eigendom, wat moet daar dan mee? Mees was het zat op een gegeven moment en liet broer Jan Dapper verder onderhandelen. Nottelman zei later: "die broer van jou had advocaat moeten worden". Dat werd hij niet en hij had weinig op met paarden, maar wel met koeien. Hij boerde succesvol op de boerderij tegenover de Dageraad (hoek Burgerweg/Ruigeweg).Uiteindelijk, in april 1968, kwamen ze eruit. Bram Nottelman ging naar Schoorl naar een boerderij met wat land, waar hij nog wat fokte. Mees kocht het spul en de twaalf paarden.
Echtgenote Dora lag toen in het ziekenhuis vanwege de bevalling van dochter Dorien. Tot op het allerlaatst wist ze niet waar ze heen moest als ze weer naar huis mocht. Naar Schoorl (bij vader Dapper in) of naar Sint Maartensbrug. Het werd nipt het laatste.

Moeilijk begin
Mees Dapper had wel bepaalde papieren, maar nog niet alle. Hij moest op cursus voor beroepstrainer, onder meer in Deurne (1968/69). En minister Lardinois kwam er later nog aan te pas. Beroepspikeurs, die als leerling begonnen waren en de lange, moeizame weg volgden, verzetten zich. Tegen het geven van een licentie aan lieden die het geld hadden om zo maar een entrainement te kopen. Dat had Dapper met echt, maar de bank wel. Uiteindelijk wijzigde de NDR (Nederlandse Draf- en Rensportvereniging) het reglement. Een eigenaar-trainer, zoals Mees Dapper, kon beroepstrainer worden na in Deurne met goed gevolg een examen afgelegd te hebben en na meer dan honderd overwinningen te hebben behaald. Eind 1970 had hij er 135. Mees Dapper kreeg in januari 1973 de beroepstrainers-vergunning.
Tot dat jaar 1973 was Mees al 5 keer kampioen bij de eigenaar-trainers geworden in de jaren (met tussen haakjes zijn aantal overwinningen): 1962 (6), 1968 (11), 1970 (20), 1971 (20) en 1972 (28).

Het was zeker geen vetpot in het begin. Zo'n tien jaar lang moest Mees Dapper er tien melkkoeien bij houden en delen van zijn land verhuren om rond te kunnen komen. Die koeien moesten gemolken. Op koersdagen betekende dat om 3 uur je bed uit, melken, een bordje pap, door Dora klaargemaakt, eten en dan naar bijvoorbeeld Groningen voor de draverij. Om 's avonds tegen tienen pas weer thuis te komen.

Aanvankelijk had hij nog geen eigen transport en mocht Mees mee met Arie Tesselaar (met een wagen van transportbedrijf Mulder uit Julianadorp) of met Ome Piet Strooper (met transportbedrijf Schilder uit 't Zand). Maar de Stroopers gingen altijd met de hele familie. Dus stond het paardje van Mees helemaal achterin en hijzelf lag in het biggenhok of bivakkeerde op de tuigenbak. 's Avonds in het pikkedonker werden hij en zijn paard, na de terugtocht van de koers, uitgeladen op de Rijksweg langs het kanaal. Dat dat altijd goed gegaan is, is hem nog een raadsel.

Toen Dapper meer paarden kreeg liet hij Kees Nierop transporteren. Met zuinigheid en vlijt bouwden zijn vrouw en hij hun bedrijf op. In de toptijd waren er dertig paarden en drie knechten. De laatste jaren helpen twee dochters part-time. Gudi is ook pikeur (zie hierna) geweest.

Het trainersvak is hard werken; je moet niet zelf gokken en zuinig aan doen. Dan kan het allemaal net uit. Zeker als je zelf de vrachtwagen rijdt, de tuigen repareert en de paarden beslaat.

Yellow Six
Dit werd een toppaard, door Mees Dapper als anderhalfjarige in 1958/59 gekocht. Voor Fl. 1000 contant en nog eens duizend gulden uit te betalen van het eerste prijzengeld. De verkoper was neef Andries de Wit uit 't Zand. Yellow was het eerste fokproduct op diens bedrijf. En wat voor een... Als tweejarige startte hij in vier koersen en driemaal liep hij in de prijzen. Omdat Yellow toen nog niet krachtig genoeg was om lange koersen te lopen, heeft Mees Dapper hem heel voorzichtig behandeld. Niet forceren dus en dat pakte goed uit.
In 1969 had Dapper 18 paarden op zijn entrainement. Yellow had er een leven als een prins. "Alle dagen goed voer, een beste box en als het weer goed is, kan ik hem geen groter plezier doen dan hem buiten te laten stappen", vertelde Mees Dapper aan de verslaggever. Maar op 1 januari 1970 werd deze ruin 13 jaar en dan is het koersen over in Nederland. Voor merries al bij negen jaar. Het afscheid werd groots door de overwinning in de Grote Kerstprijs. "Fedde B en El Hadie vlogen in een nek aan nek race naar de finish, toen op vijftig meter voor de eindstreep Yellow Six plotseling buitenom kwam. Als een duveltje uit een doosje, om vervolgens met miniem verschil even fraai als verrassend te winnen".
Yellow Six werd naar Engeland verkocht, waar paarden veel langer mogen koersen.

Meest succesvolle eigenaar-trainer
In 1971 was Mees Dapper, met Sjeng Hendrix, de meest succesvolle eigenaar-trainer. Hij behaalde 20 overwinningen en een prijzenbedrag van f 42.000. Het jaar daarna bracht hij (B. Dapper jr.) op 8 oktober de 4,5 km van Alkmaar op zijn naam met Inez. Na een uitermate enerverende koers. De favorieten Habanera en Vad (met respectievelijk Jan de Leeuw en Roel Sierdsma) gingen al na twee van de zeven ronden met elkaar in de slag. Dat kostte beide paarden zoveel meters extra, dat ze in de eindstrijd tekort kwamen ten opzichte van de tactisch rijdende Mees Dapper met zijn Inez.

Hij boekte later fraaie overwinningen, zoals in september 1968 in het Internationale nummer op de baan van Groningen. Het Nieuwsblad van het Noorden kopte: "Concurrentie weerloos bij felle eindsprint. Prachtige zege van eigenaar B. Dapper jr.! Tweede werd toen Wim Strooper uit Callantsoog met zijn Brian Hannover.

Het jaar ervoor had Yellow Six het Kampioenschap van Groningen gewonnen. Zondag 6 juli 1969 werd hij tweede in de Gouden Zweep-race op de baan van Hilversum, achter Crack Hollandia met Jan van Dooyeweerd. Ruim anderhalve maand later zegevierden Yellow en Mees in de Grote Kermisprijs in Alkmaar. Toen werd de droomgrens van f 100.000 winsom doorbroken. Daarmee schaarde Yellow zich bij de beste acht dravers tot dan toe, zoals Quicksilver S, Anton, Mc Kinley Duchesse Mac en Cherie Spencer.

Boven: Yellow Six en Mees Dapper winnen hier de 1e heat
van het Kampioenschap van Groningen 1967, voor Anton (rechts),
Z The Saint (bles), Xeres (kap) en de rest.


Appie

Boven: Yellow Six en Mees Dapper bij de ereronde na de overwinning
in de Grote Joh Smit-Prijs in Groningen 1967.
De bruine ruin won o.a.
de Grote Joh. Smit-prijs en Hilversums 3400m in 1962,
de Grote Kermis-prijs (Alkmaar) in 1964 en 1969,
de Grote Kerstprijs (Hilversum) van 1966 en 1969,
en het Kamp. van Groningen in 1967 en 1969.
Yellow Six won totaal Hfl. 122.225
De invloed van leermeester Bram Nottelman is duidelijk zichtbaar:
weinig aan de benen, geen check en zo te zien
draagt Mees ook geen zweep.

Eliza Harvester D
In februari 1969 won hij met Eliza Harvester D het Gouden Paard, op de Hilversumse sneeuw. Dertien paarden gingen van start, Anton moest 100 meter geven aan Eliza en dat bleek teveel. Dappers merrie gaf zich volledig en kwam 40 meter voor de rest de laatste ronde in. Ze liep zelfs nog verder uit, aldus het verslag van deze race in de krant.

Boven: Eigen fokproduct Eliza Harvester D wint
met Mees Dapper te Duindigt d.d. 20-10-1968.


Boven: Voorzitter J. Smit van de Hilversumse Paardensportvereniging
overhandigt Mees Dapper de ereprijs na de zege in het Gouden Paard
in 1969 met Eliza Harvester D. In 1970 won hij hem weer.


Stijgende vorm
In 1974 beleefde Mees zijn eerste volle jaar als trainer-pikeur. Zijn entrainement vertoonde een stijgende vorm blijkens de overwinningen. Zoals de twee in Wolvega op 7 december, met Liesbeth Barke en Joffer. De volgende dag was er tweemaal een derde prijs op Hilversum, met Lijster B en Hup.

De risico's/heimwee
Wie met dieren werkt of heeft gewerkt, weet dat er heel wat mis kan gaan. Goede paarden blijken heel kwetsbaar, net als beste koeien. Sommige paarden, waar je dan drie jaar mee gewerkt hebt, krijgen opeens iets en dan wordt het vaak niets meer. Dapper heeft wel eens een hele stal ziek gehad. Dan kan er niet gekoerst worden en worden de eigenaren zeer ongeduldig. Ze halen hun paarden weg, maar kwamen toch meestal wel weer bij Mees Dapper terug. Gelukkig maar.

Ook moeilijke bevallingen en doodgeboren veulens horen er bij. Of het paard dat een scheur in zijn kootbeen kreeg. Het moest naar Utrecht, naar de faculteit diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit aldaar. Met drie schroeven in het been kon het weer goed komen, maar het paard moest er wel blijven. Toen Mees na een week belde om te horen hoe het ging was het antwoord: "Het been geneest prima, maar je paard drinkt helemaal niets". Dat was schrikken, want niets drinken is zeer link. Dus moest Wil Hopman het paard gaan halen, ook al kon dat eigenlijk nog niet. Dapper dacht aan heimwee, hij had dat eerder meegemaakt. En inderdaad, het paardje was nog niet thuis of het begon weer rustig te eten en te drinken. "Paarden zijn net mensen", zegt Mees Dapper.

Boerenachtergrond
Het op een boerderij opgegroeid zijn is volgens Mees Dapper een pre voor een trainer/pikeur/fokker. Je bent dan immers gewend om hard te werken en je weet wat het is om met dieren om te gaan. En dat van jongsaf. Het is trouwens opvallend dat in de Zijpe heel wat boeren in die tijd met paardjes liefhebberden. Zo had je Piet Dekker van de Belkmerweg. Een vrijgezel met heel wat koeien en succesvolle paarden als Cavelcade, Domina en Farida. Voorts Daan Marees, Siem Hartman en veehouder/groot paardenliefhebber A.J. van Rijswijk, die trainde op de stortgrond langs het Noordhollands kanaal. Daar had hij een soort baan van 60 meter breed en 400 meter lang. Deze boerenzoon uit Burgerbrug is ook zo'n liefhebber van de drafsport. Hij was en is kameraad van Mees Dapper, werkte bij de K.I. en kwam dus bij allerlei boeren, die ook paarden hielden. En dan was er wel eens een te koop. Met anderen kocht hij dan zo'n beestje en dan moest Mees het trainen en er mee koersen. Af en toe een prijs dekte zo ongeveer het kostgeld. Leuke hobby: altijd mee te koersen en af en toe een gokje.

In Yellow Six en ??? had Besteman goede paarden, die geregeld wonnen en dan is het echt leuk. Jules Bonny en Hilda Z liepen ook in de prijzen. De eerste won zelfs op Duindigt en dat wekte hoge verwachtingen. Mees en Nic gingen voor de Gouden Zweep. Stiekum oefenden ze alvast hoe met Prins Bernard (die de zweep uitreikte) om te gaan... Maar het paard kreeg de griep en het werd niks meer. Voor een luttel bedragje is het verkocht.

Mees Dapper werd trouwens wel een keer tweede in de race om de Gouden Zweep en won tweemaal het Gouden Paard. De zitkamer staat vol met prijzen; zo zitten we op een meublement en bij een salontafel die in Wolvega gewonnen zijn tijdens de Boll en Sharp meetings. Om ons heen staan gewonnen schemerlampen en vazen.

Nic Besteman is gestopt met het hebben van paarden in eigendom. Het wordt te duur, per paard kost het nu f 1000 in de maand aan kostgeld. Wel gaat hij nog naar alle koersen.

Nuttert Norton
Eind jaren 70 is er weer een piek voor Dapper. Met Nuttert Norton, een bruine ruin, vernoemd naar de eigenaar Nuttert Oosting van het paard z'n vader, de dekhengst Germano. Nuttert was eerst eigendom van Arie van Rijswijk (Sint Maartensvlotbrug). Na diens overlijden trainde Jaap Grootes uit Schagen met Nuttert, tot hij bij Mees Dapper op stal kwam. In september 1978 wint Nuttert Norton de eerste afdeling van het Kampioenschap van Friesland; Cees Imming uit Callantsoog won met Jaspis de tweede afdeling. Maar in de grote finale weld Nuttert tweede achter Okos met Schagerbrugger Leo Schoonhoven.
Drie maanden later is ook in Wolvega de Grote Kerstprijs, het stayersnummer, voor Nuttert. Hij verslaat Kees Verkerk, toen de meest winnende draver aller tijden, met Gerard van Eykelenborg. En in 1980 wint Mees Dapper met Nuttert op Duindigt het Stayerskampioenschap van Nederland. Door de vele regen was de baan erg zwaar, maar dat was in het voordeel van deze combinatie. Eigenaresse mevrouw Van Rijswijk (uit de Zijpe) ontving f 18.000.

topper

Boven: Nuttert Norton (B. Dapper) won o.a. de Grote Kerstprijs 1978,
het Stayerskamp. van Nederland, de Grote Rabobankprijs in 1980,
de GP der Stayers, GP Weststellingerwerf en Grote Voorjaarsprijs 1981.
Nuttert Norton won totaal Hfl. 186.400.

Appie

Boven: Nuttert Norton wint met grote voorsprong het
Stayerskampioenschap op Duindigt in 1980, in 1.22 over 3.820 m.

Boven: Advertentie voor Mixvit paardenbrok.

Hattrick
Ondertussen was Mees Dapper op zaterdag 5 mei 1979 met vier paardjes naar de meeting op de Alkmaarse drafbaan gegaan. Drie eigen paarden en een van Henk Hulleman uit Opmeer. Dat was Odie Vera, maar daarmee werd het geen succes. Met Onsia Harvester, Primeur Pride en Nancy Harvester kwam hij echter drie keer winnend over de streep. Drie overwinningen (een hattrick) uit vier starts op één middag. De middag van Mees Dapper. Ook nu weer regende het pijpenstelen...

topper

Boven: Primeur Pride (B. Dapper) wint de 1e afdeling van het
Kampioenschap van Friesland 1983, voor United Dynamic (verscholen
achter Primeur Pride), Tilpy en Shenny Karinky (rechts).

Voor de centen
Begin jaren tachtig (denk ik) doet Mees Dapper met Nancy Harvester en Leo Harvester D mee op de korte baan in 't Zand. Meestal was hij niet van de partij in 'het kortebaan-circus', maar na drie jaar "te kijk" in 't Zand en steeds denkend "ik heb ook nog wel een paar beessies op stal staan, die het hier ver hadden kunnen schoppen", moest het maar eens gebeuren. In het Zijper kanaaldorp, bij 'de Volharding' (sinds 1903). Het ging heel aardig, want beide paarden komen door de eerste omloop. Maar in de tweede loten ze tegen elkaar en dan brengt Mees Dapper Leo Harvester D stapvoets naar de halve finale. Het publiek joelt en fluit, maar daar trekt hij zich niets van aan: "Ben je nou mal. Ik rij voor de centen. Ik zit achter Leo en die moet dus verder! Zonder krachten te vergooien uiteraard". Uiteindelijk komt hij in de finale, ondanks een onoplettend jurylid (die Leo ten onrechte de witte vlag geeft). In de eerste finalerit verspeelt Mees echter zijn kansen op de eindoverwinning door handig manoeuvreren bij de start van routinier Aad Pools. Die uiteindelijk wint, met Neres.

In de loop van de jaren tachtig wordt het allemaal wat moeilijker met de drafsport in Nederland. Maar 1990 is voor Mees Dapper een rot jaar. Maandenlang sukkelt hij met zieke paarden in zijn stallen. Ze hebben influenza, zeg maar griep. En dan moeten ze een hele tijd rust houden, mogen ze niet koersen. Het is dan ook met grote blijdschap dat Dapper op 15 oktober van dat jaar een koers wint. In Alkmaar, met Diego Harvester. Een vervelende periode was afgesloten.

Appie

Boven: Diego Harvester en Mees winnen op 26-03-1991.

Neergang
Volgens de heren Dapper en Besteman wordt het de laatste tijd allemaal nog wat minder met de drafsport. Helemaal verdwijnen zal het wel nooit, denken (of hopen) ze. Wellicht is één mooie baan genoeg voor Nederland. Er is nu eenmaal veel meer te beleven dan vroeger en het geld kan toch maar een keer uitgegeven worden. Dat wordt nu over heel veel zaken verdeeld en dus is er minder voor de drafsport. Vroeger ging er veel geld om in de drafsport, nu veel en veel minder. Al jaren kan men een gokje wagen in de lotto, de toto, de staatsloterij, de krasloterij, de postcodeloterij, in het casino enzovoort. Bovendien is fokken niet meer aantrekkelijk. Het dekgeld is nu Fl 2000 à Fl 3000, of nog meer voor een topper. Maar een jaarling brengt ruwweg niet veel meer dan 1500 gulden op. Dan haal je het dekgeld er dus geeneens uit en heb je eerst de merrie bijna een jaar verzorgd en vervolgens het veulen anderhalf jaar. Dan kun je beter een jaarling kopen. Acht jaar geleden waren er nog 1700 veulens uit de fokkerij, nu zo'n 600. Dat komt trouwens ook door de import van buitenlandse paarden, die helemaal vrij gegeven is. De gedachte was om zo 'beter bloed' uit het buitenland te halen. Op zich een goed idee, maar slimme trainers namen volop buitenlandse paarden mee, tegen lage prijzen, en zo raakte de fokkerij hier in de min.

Biljarten
Mees Dapper, geholpen door zijn dochters en met z'n vrouw achter hem, gaat nog wel even door. Het was en is zijn lust en zijn leven. Hij wint af en toe nog een koers, zoals we op de video hebben kunnen zien. En dat houdt het leuk. Hij is nu wel lid van een biljartclub in Burgerbrug, maar je kunt immers niet de hele tijd biljarten.

Toekomst
Wat zal de toekomst brengen voor dit entrainement?
Dat van de Stroopers aan de Korte Belkmerweg is onlangs in bollengrond omgezet. Gaat dat hier aan de Ruigeweg ook gebeuren? Die kans is op den duur niet zo klein... Dan is het weer terug bij af, want het was hier ooit al bollenland (van 1912 tot in de jaren 30). Mees en zijn vrouw Dora worden volgend jaar 65...

Gudi
In september 1995 won Mees Dapper een koers in Alkmaar met zijn Joca Buitenzorg. Maar pas na hevige concurrentie van zijn dochter Gudi met Inez Hannover. "Het moet met die meid toch niet erger worden", zegt Mees gekscherend, "je eigen vader aanvallen"... Gudi Dapper kwam in 1981 als leerling-pikeur bij haar vader in de leer. Als oudste van de vier dochters Dapper moest ze al van jongsaf thuis helpen; de keuze was: in huis (afwassen, stofzuigen etcetera) of met de paarden. Dat laatste deed ze het liefst. Toen ze twaalf was werd ze al op de kar (sulky) getild om "een paardje te doen", uit te rijden, met andere woorden. Soms werden het er wel drie, ze vond het prachtig.
Mees Dapper had toen dertig paarden op zijn entrainement en een aantal medewerkers in loondienst. De hulp van Gudi was leuk meegenomen, maar toen niet echt noodzakelijk. Dat werd later anders, op haar 18e is Gudi full time thuis gaan werken met de paarden. Ze deed er van alles, ook een veulen ter wereld brengen toen vader te koersen was. In dat wedstrijden rijden zag ze eerst niet veel, maar vader Dapper wilde het graag, want het was toch wel bar handig als je twee paarden voor een koers had. Na een moeilijke aanloop ging het koersen echt lekker en werden er prijzen gewonnen. Zo leerde ze ook haar man Harry Knot kennen; die kwam als eigenaar van een paard, dat bij de Dappers in training was, op het entrainement. En met dat paard won Gudi prijzen en ja, alleen al daarom kan er dan iets moois ontstaan...
Op 26 juli 1981 debuteerde Gudi. Achter Nuttert Norton. Vader Mees Dapper had de besturing van zijn topper heel bewust overgelaten aan zijn dochter/leerling. Daarmee werd immers de reglementaire leerling-ontheffing van twintig meter veroverd. Om een kans te maken tegen favoriet Poetje Patje met Wimpie Strooper op de sulky. Volgens het verslag van Rob Kat in de krant van 27 juli reed Gudi 'uitstekend'. Maar tegen Poetje Patje van Stal Strooper uit 't Zand was niets opgewassen. Nuttert rukte op in de laatste bocht, maar Matchless kon binnendoor en werd tweede voor Gudi en de rest van het veld.
Ook twee van de drie andere dochters Dapper vonden het mooi thuis te helpen met de paarden. Dorien werkt er nu een paar dagen per week, naast haar part time-baan. Gudi de rest van de week, naast haar pedicure-praktijk. Maar haar jongste zoontje blijkt een allergie voor paarden te hebben en daarom wordt het moeilijk.
Annemiek, de jongste Dapper-dochter, staat iedere morgen vroeg op om eerst de paarden 'te mesten'. Dan douchen, verkleden en naar haar werk.
Trainer wilde Gudi nooit worden, wellicht omdat ze te goed weet wat er allemaal bij komt kijken. Het is niet goed te combineren met man en kinderen. En er zijn nog meer leuke en boeiende dingen in het leven. De paarden en het koersen zijn de laatste tijd meer een hobby geworden, ook omdat vader Dapper op het moment geen lekker paard voor haar heeft om mee te koersen. Dat motiveert natuurlijk ook niet echt. Er "zitten er wel een paar aan te komen" (laatbloeiers), maar daar moet nog veel mee getraind worden.

Appie

Boven: Zenith Darnley met Mees Dapper en dochter Gudi.

Appie

Boven: Anmiek Harvester met Mees Dapper
en zijn dochters Dorien en Annemiek (rechts).




  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Klassiekers

Kampioensch.

Rennen

Langebanen

Kortebanen

< Mensen

Diverse