NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

Cees Ligthart
(1941 - heden)



Kees

Boven: Cees Ligthart (links) en zijn biograaf André Buurman
op Duindigt.

Deze pagina gaat over het bijzondere leven van Cees Ligthart,
naar aanleiding van een biografie die over hem is geschreven.
Allereerst volgt een korte samenvatting van het boek,
dan een uitgebreide beschrijving en tenslotte
een artikel uit het Noordhollands Dagblad,
met leuke anecdotes.


Op 3 november 2017 is een boek (biografie) verschenen over
de in onze sport bekende Cees Ligthart.


TITEL: De Verschoppeling
Cees Ligthart, Miljonair zonder poen

auteur André Buurman

Samenvatting:
Stelselmatig als kind mishandeld worden door je stiefvaders en rake klappen oplopen in jeugdinternaten. ‘Overleven’ is dan ook al bijna 80 jaar het sleutelwoord van Cees Ligthart (1941). Niet alleen in zijn jeugd, diezelfde overlevingstactiek paste hij met succes ook in het bedrijfsleven toe. In de schoonmaakbranche en talloze andere ‘takken van sport’ schopte hij het tot miljonair. Met als hoofdingrediënten, kennis van zaken, bluf en humor. Tientallen dravers op Duindigt en dure auto’s. Geld moet rollen, was zijn parool. Anno 2017 is zijn hele vermogen al jaren geleden verdampt en drumt en magnetiseert hij louter als hobby.


Hieronder een artikel uit het weekblad Draf&Rensport nr. 45
d.d. 9 november 2017

Titel: Cees Ligthart is de 'De Verschoppeling'

door Douwe Frerichs

Deze maand ligt de biografie 'De Verschoppeling, Miljonair zonder poen' over het leven van voormalig zakenman, miljonair en paardeneigenaar Cees Ligthart in de boekwinkel. Het levensverhaal van de inmiddels 76-jarige Wassenaarder werd opgetekend door schrijver/journalist Andre Buurman.

Een afspraak maken met beide heren is lastig. Want nadat bekend werd dat de biografie `De Verschoppeling' van de persen zou rollen, rinkelden de mobiele telefoons van het duo onafgebroken. Een interview voor AD/Haagsche Courant en de digitale krant Dagblad 070, een uitnodiging bij Omroep West, lokale kranten en websites, de aandacht van de media voor het levensverhaal van Wassenaarder Cees Ligthart, opgetekend door schrijver/journalist Andre Buurman, is zeker in de regio Haaglanden groot.
"Alle publiciteit rondom het boek is natuurlijk prachtig en uiteraard van harte welkom. En dan wil je agenda weleens volstromen met allerlei afspraken, maar dat hebben we er graag voor over", reageert Buurman, die precies acht jaar geleden debuteerde als (co)auteur van '1000 Paarden en een Prins', de biografie van de inmiddels bijna 90-jarige Hans Eysvogel. "We waren destijds zelfs te gast bij De Wereld Draait Door. Echt uniek om zoiets van dichtbij mee te maken."
Terug naar het moment dat Cees Ligthart besloot zijn levensverhaal aan André Buurman te vertellen. Het was, hoe kan het ook bijna anders, op Renbaan Duindigt op een mooie zaterdagmorgen in maart 2016. Voor beiden is het Wassenaarse hippodroom een vertrouwde plek. Zowel Ligthart als Buurman heeft er al menig voetstapje liggen. Zo was de geboren Bredanaar Ligthart met 52 dravers ooit de grootste eigenaar van het land en trainde hij thuis achter zijn boerderij aan de Oostdorperweg in Wassenaar samen met zoon Cees jr. een deel van zijn cavalerie. Buurman (65) is nog altijd als freelance-journalist verbonden aan de AD/ Haagsche Courant en schreef jarenlang voor dit weekblad en was zelfs nog een blauwe maandag commercieel-manager van de renbaan.
Wat beiden gemeen hebben is dat zij op zaterdagmorgen regelmatig op de koffie gaan in de stal van Willem van der Pijl. Een traditie die Wassenaarder Ligthart graag lang in ere wil houden. "Ontzettend aardige mensen, Willem en zijn vrouw Marianne en het is er altijd gezellig."
Ook die zaterdag in maart is het weer bomvol op stal bij Pijl, vloeit de koffie als gebruikelijk rijkelijk en zit Cees Ligthart op zijn traditionele praatstoel. En als vanouds is geen gebrek aan spraakwater, Ligthart is in topvorm. De ene na de andere smeuige anekdote uit zijn eigen, grijze verleden, als altijd verpakt met een grote dosis humor, de bekende grijns en de nodige zelfspot, schudt hij als een gelouterde cabaretier uit zijn mouw. De toehoorders hangen aan zijn lippen en gieren het uit van het lachen, terwijl Ligthart zelf nog het meeste plezier aan zijn eigen verhalen beleeft. Ligthart: "Ik heb ook zoveel meegemaakt in mijn leven en vind het prachtig om daar over te vertellen. Heel veel mooie momenten, maar aan de andere kant ook een heleboel ellende. Vooral mijn jeugd is niet een periode waar ik met plezier op terugkijk. Toch schopte ik het tot multimiljonair, maar inmiddels weer platzak. Het was al jaren mijn grootste wens om een boek uit te geven, waar ik mijn levensverhaal in kwijt kan. Eind jaren negentig van de vorige eeuw heeft wijlen journalist Pim Stoel voor de zaterdagbijlage van de Haagsche Courant een tweepagina groot interview met mij gemaakt. Ik herkende mij er volledig in. Maar ja, een interview voor een krant is wel even iets anders dan een boek schrijven. Compleet anders. En dat realiseer ik me inmiddels wel."

"Andre en ik raakten na afloop van de koffiesessie met elkaar in gesprek. We kenden elkaar wel, meer van gezicht, daar hield het wel mee op. Ik wist dat hij journalist was van onder andere de Haagsche Courant. De `geheimschrijver' noemde ik hem altijd, als we elkaar tegenkwamen. En daar moest hij altijd hartelijk om lachen. Van het een kwam het ander. Hij wilde wel een poging wagen mijn verhaal op papier te zetten. We spraken een paar dagen later af in de Bijhorst in Wassenaar. Ik dacht goed voorbereid te zijn, want bij de eerste afspraak had ik bijna mijn hele archief met foto's en krantenknipsels meegenomen. Maar Buurman trok zijn eigen plan en legde mij uit hoe hij stapsgewijs door mijn leven wilde gaan met het boek. Hij vertelde me dat hij met al die foto's en de rest van de inhoud van de koffer vooralsnog niets ging doen, of misschien wel helemaal niet. En daar zat ik dan aan het tafeltje met al die foto's voor me uitgespreid. A1 dat beeldmateriaal van zeker 60 jaar oud kon weer terug in de tas. Rare vent, dacht ik nog. Hoe wil je in godsnaam een boek over mij gaan schrijven? Achteraf ben ik blij naar hem te hebben geluisterd. Het kostte me wel de nodige moeite, want ik ben eerlijk gezegd net zo eigenwijs als hij. Twee keer heb ik nog een poging gewaagd met foto's uit Nederlands-Nieuw-Guinea en van mijn adviesbureau. Een kansloze missie bleek al snel. Uiteindelijk heeft hij drie portretten van mij uit het hele archief gevist, waarvan er een is gebruikt voor de cover van het boek. Ik bedoel maar."

Terwijl Cees (4 september 1941) zijn verhaal doet, luistert Andre aandachtig, zonder iets te zeggen. Af en toe een glimlach van herkenning, maar daar blijft het ook bij. Pas als gevraagd wordt hoe hij de afgelopen anderhalf jaar met Cees heeft ervaren, steekt hij van wal. "Mijn eerste en enige ervaring met het schrijven van memoires, was die van Hans Eysvogel, acht jaar geleden alweer. Ik wilde een duidelijke opbouw in het boek van Cees. Een bepaalde spanning proberen op te bouwen. Van zijn jeugdjaren, via de muziek en zijn ultieme zoektocht naar vooral erkenning als geslaagd zakenman. Om uiteindelijk uit te komen in het nu. Een miljonair zonder poen, zoals de subtitel van het boek heet. En dat was zeker geen gemakkelijke klus. Ik heb een paar keer getwijfeld of we het zouden redden. We dreigden vast te lopen, omdat er lieverlee toch werd afgeweken van de strakke formule, die ik voor ogen had. Te veel herhaling van zetten, waardoor we geen steek verder kwamen en ook de deadline in gevaar kwam. Ik kan me voorstellen dat Cees me soms niet zo'n aardige kerel meer vond. Ik was af en toe ook een botte lul naar hem. Sorry Cees, riep ik dan. Hij begreep het ook wel."

Het geduld van het tweetal werd weliswaar soms behoorlijk op de proef gesteld, het resultaat mag er, na achttien maanden en een 240 pagina's tellend boek, zeker zijn. Vooral de laatste dagen voor de finale drukproef waren volgens de auteur "slopend". "Er was bijna dagelijks contact met de uitgever. Van tekstcorrecties, opmaak, tot aan de promotiecampagne toe. Lange dagen, maar de moeite zeker waard. Het voornaamste is, we zijn er blij mee en vooral trots op."

Wat vindt de redactie van `De Verschoppeling'?
Vooropgesteld, ik ben van huis uit geen boekrecensent. En helemaal blanco sta ik er ook niet in, vooral omdat ik de auteur al heel wat jaren ken en dat geldt zeker ook voor zijn schrijfstijl. Of dat nu in AD/Haagsche Courant, of Golfers Magazine is waarin hij ook regelmatig publiceert, het is heel herkenbaar. Als het moet confronterend, dan weer de boodschap op een subtiele manier verpakt. Altijd wel de kern rakend en als het kan ook met een knipoog. Ik herken zijn stijl ook in het boek, al is het Cees Ligthart die vanaf pagina 1 nagenoeg constant aan het woord is. Toch hoor ik Cees Ligthart praten tijdens het lezen. En het klopt wat de uitgever na het lezen van het manuscript riep, namelijk dat het beeldend geschreven is. Je ziet het als het ware voor je ogen gebeuren als Cees verhaalt over bijvoorbeeld die stripteasedanseres in een of andere louche nachtclub in Scheveningen, die bij het vallen van het laatste kledingstukje en onder luid tromgeroffel haar act afsluit met een forse plof op een wit berenvel. Wat deze stripteasedanseres niet wist, was dat Cees en de andere bandleden even daarvoor de inhoud van een paar bussen Vim op het witte berenvel hadden leeggeschud. Het gevolg, een explosie van wit poeder en het gros van de bezoekers volledig ondergesneeuwd.

Rotjeugd
Hartverscheurend daarentegen zijn sommige passages uit zijn jeugd, waarin hij stelselmatig wordt mishandeld door zijn stiefvaders. Zoals die ene keer, waar de nieuwe echtgenoot van zijn moeder zijn agressie weer eens botviert op kleine Cees: "De stoel van de eettafel werd in drie klappen tot brandhout geslagen. Met een van de stoelpoten ging hij mij te lijf Een volwassen kerel, in de kracht van zijn leven, leefde zich volledig uit op een iel en hulpeloos manneke. Hij raakte me waar hij me raken kon. Wat ik me nog herinner was die verbeten en vooral sadistische blik in zijn ogen als hij zijn vuisten liet spreken. Hij beukte zonder ophouden door tot hij er genoeg van had. Die beelden krijg ik nooit meer van mijn netvlies. De stoelpoot, met die verdikte bult in het midden, kraakte in al zijn voegen. Met mijn armen voor mijn hoofd als bescherming smeekte ik om hulp en genade tegelijk. Er was geen mens, die mij hoorde. Pijn voelde ik niet, alleen de angst dood te gaan. Die keer stopte hij met slaan, trok me bij mijn kamizool naar de alkoof en smeet me in bed. Ik mocht me met uitkleden en kreeg als extra straf nog een dikke, wollen deken over me heen. Buiten was het hoogzomer, 36 graden Celsius, dus in huis amper uit te houden. En dan nog met een dikke, wollen deken over je heen. Pure kindermishandeling. Ik moest daar de komende twaalf uur blijven liggen, in een afgesloten alkoof. Ik hield het vol, 12 uur lang in een stinkhok, zonder eten, zonder drinken. Mijn moeder? Ik vraag me af of ze ervan wist"

En natuurlijk ontbreken de paarden niet in de memoires en is er uiteraard ruime aandacht voor de dravers. Chokey Treen, Isabella Jansen, of toch Isaho, die in de Scheveningse Duinstraat schrikt van het geklingel van tram 11 en er rennend vandoor gaat met Cees als hulpeloze stuurman in de sulky. De dollemansrit eindigt uiteindelijk in de verderop gelegen brandweerkazerne. Ook hier geldt, net als het hele boek `De Verschoppeling': het is geschreven of er vlak voor je neus een film wordt afgedraaid. Dat kan je aan André Buurman wel overlaten. Een regelrechte aanrader dus deze biografie.

Titel: `De Verschoppeling', 'Miljonair zonder poen'
Memoires van: Cees Ligthart
Auteur: Andre Buurman
Uitgever: Boekscout Soest
ISBN: 978-94-022-4036-8
Prijs: € 20,99
Te bestellen via: www.boekscout.nl of www.bol.com

Kees

Boven: Voor- en achterkant van het boek



Hieronder een artikel uit het Noordhollands Dagblad
van 2 december 2017

Titel: Van niks naar miljoenen en terug

door Marie-Thérèse Roosendaal

Miljonair was Cees Ligthart (nu 76). Dikke Mercedes 500 onder zijn kont, zeewaardig jacht, feestsigaar tussen de lippen, boerderij in Wassenaar en een stal met 52 renpaarden. "Het kon niet op", zegt de bon vivant. Dat kon het wel. Nu leeft hij van zijn aow-tje op een tweekamerflatje. Ligthart kijkt niettemin vergenoegd om zich heen. „Bejaardenwoninkie, huur. Mij krijg je met geen tien paarden weg. En ik rijd in een Japanner, een Daihatsu Cuore." Glunderend: „Loopt 1 op 21!"

Boek
Zijn levenswandel is door schrijver Andre Buurman vastgelegd in het boek De Verschoppeling (boekscout.nl). Het leest als de schelmenstreken van Tijl Uilenspiegel. Cees, die met boerenslimheid, branie, bluf en een vlotte babbel een vermogen vergaarde, heeft er nog geen letter van gezien. „Ik heb van mijn leven nooit een boek gelezen en van deze ken ik de inhoud wel!" Zijn handelsgeest verloochent zich niet. Handenwrijvend: „Ik heb er net wel drie aan buurvrouwen verkocht."

Geboren bij luchtalarm
Ligthart kwam in september 1941 ter wereld op de kale vloer van een schuilkelder. Voor een dubbeltje geboren. „Op de klanken van het luchtalarm. En van 34 ambachten ging ik naar naar een schoonmaakbedrijf met 400 man personeel en een omzet van zes nullen." Van niks naar miljoenen naar niks. „Terug bij af, wat maakt het uit. Wat moet ik nou nog met een schip of een paard?" Thea, zijn echtgenote, moet zelfs niet meer denken aan een statige villa in een rijkeluis-enclave. „En dan zeker met mijn looprekje die hele oprijlaan af."

Herinnering
Met z'n tweetjes wonen ze nu op nog geen zestig vierkante meter. Plaids over de fauteuils, een eettafeltje voor twee. Aan vroeger herinneren in die kleine huiskamer kratten vol foto's en twee schilderijen. Ligthart: „Hebben we elkaar vijftig jaar geleden bij ons trouwen cadeau gedaan. Die van haar is nog wel iets waard."
Vroeger golfde het geld in tsunami's over de drempel van huize Ligthart. „En het ging er met bakken weer uit." Maar dat hij berooid raakte, lag niet aan dat royale uitgavepatroon. „In 2004 kreeg ik een vorm van leukemie. Braaf slikte ik elke dag de 100 milligram Prednisolon die me was voorgeschreven. Dat goedje heeft mijn leven gered, want het was kantje boord, maar die hoge dosis heeft ook veel kapot gemaakt. Want behalve dat ik een kop als een ballon kreeg, raakte ik er helemaal de weg door kwijt. Werd agressief, stak in het verkeer tegen elke automobilist mijn middelvinger op."
Smeet hij altijd al met geld, nu liep het de spuigaten uit. „Ik hing de bollebof uit. At elke dag in de Gouden Wok aan het Zuiderpark in Den Haag. Had mijn vaste tafel, nummer 151, en hield het halve restaurant vrij. "Geef die wat te eten, en die en die. Dertig man om de tafel, jongens, Ligthart betaalt."
Op de AutoRAI kocht ik impulsief twee auto's, waaronder een Mercedes Coupé. Ik richtte een complete garage in voor iemands zoon. En ga zo maar door. Dan gaat het hard hoor."

Te gortig
„Hadden we daarvoor nooit ruzie, ik werd onhebbelijk tegen Thea. En erger. De kinderen, tegen wie ik wel normaal deed, kwamen er pas achter toen ik haar wilde onterven. Dat werd te gortig en Thea ging met me mee naar het Bronovo-ziekenhuis. De specialist weet mijn gedragsverandering aan de Prednisolon. Een bekende bijwerking, hij vond het raar dat niemand me daarop had gewezen. Ik slik nu 5 milligram per dag en ik ben weer de oude."
En Thea is gewoon van hem blijven houden. "We zien elkaar vaker dan ooit. Vroeger waren we altijd tot diep in de nacht aan het werk, ik onderweg, zij in haar bruidszaak. Onze kinderen, Cees junior en Thea junior, moesten het goed hebben."
Logisch, want zijn eigen vader vertrok met de noorderzon toen Ceesje twee was. Hij kreeg stiefvaders met losse handjes. „Eentje schopte me van de trap en ranselde me af met een stoelpoot. Mijn moeder kon niks doen, hij bedreigde haar met een pistool. En zij had het ook druk met drie werkhuizen. Ik werd in een kostschool gedouwd, daar gold het recht van de sterkste. Dat gesticht heeft me hard gemaakt." Cees monsterde aan bij de marine. „Naar Nieuw-Guinea. Heb ik nog een potje gebokst tegen Papoea's."

Muzikant
Kon hij geen noot lezen, muzikaal was hij wel. „Ik nam drumles bij Jan Engels en speelde in Scheveningse clubs. „Liefst jazz, maar voor honderd pietermannen ook de Klok van Arnemuiden. Kon mij het schelen! Al gauw speelde onze band voor Amerikaanse militairen in Frankrijk en Duitsland, zelfs met Louis Armstrong en Nancy Sinatra. Goud geld verdiend, de dollar stond op drieenhalve gulden. Ik kocht taxfree tv-tjes, die ik met fikse winst doorsluisde naar Nederland. Had ik weer een paar meier extra."

Pruikie
En daar was nog de tweedehandsautohandel en de beveiliging en..., een mens kan beter vragen wat Ligthart niet heeft gedaan. Eenmaal getrouwd werd het tijd voor een geregeld leven. „Ik werd concierge bij het ministerie van Economische Zaken. Kale knar, dus pruikie op. Een rukwind nam die mee, voor de deur van het ministerie. Nou, ik liep Dafne Schippers eruit, maar dat pruikie was sneller. Met die biljartbal naar binnen. Daar deden ze net of ze niks aan me zagen. Uit beleefdheid, denk ik, ze hebben zich vast een breuk gelachen." „Ik controleerde bij het ministerie de schoonmaak en zag dat het sneller kon. Ik begin altijd te denken op het punt waarop de ingenieurs stoppen. Ben ik met de stopwatch naast het stofzuigen gaan zitten, bij het soppen van de bureaus. Rekenen, rekenen. Heb ik de ambtenaren een voorstel gedaan: 'Ik doe het goedkoper, beter en wil 6o procent van de bezuiniging'. No cure no pay. Ik kon me goed binnen lullen. Haalde ook de KLM binnen en het Kurhaus, ik heb met heel wat hoge heren om de tafel gezeten."
Met zijn Haagse humor noemde hij zijn onderneming Advies voor Schoonmaak en Onderhoud. Afkorting: ASO. Zo bouwde hij een imperium op. „Kon ik een mooie boerderij in Wassenaar kopen en mijn vrouw hield van paarden dus er kwam er eentje en nog eentje en nog eentje en... We zaten vaak op de draverij op Duindigt, maar gegokt op de koersen heb ik nooit. Op het hoogtepunt had ik er 51 dravers en een circuspaard. Per week was ik alleen al aan voer en veearts honderden euro's kwijt. Niet slecht voor een jochie dat de lagere school niet eens had afgemaakt."

Investering
„Ik was slim. Wacht, mooi verhaal. Ik sponsorde een wielerploeg met veteranen. Zeiden ze bij de bank: 'Ligthart, dat is een domme investering, want die winnen nooit.' Maar bij kampioenen die met 50 kilometer per uur langs her terras razen, kon niemand de shirtreclame lezen. Bij die slakken van mij wel."
De firma List&Bedrog liftte ook weleens met hem mee. Neem die stal vol Duindigt-paarden, waaronder kortebaankampioen Chokey Treen en crack Isabella Jansen. „Een handelaar bood me een zwarte merrie aan. Mooi beest, wilde ik wel ruilen tegen een ruin. Spraken we af op elkaars paard een proefritje te maken. Afijn, ik zet mijn rooie ruintje met zijn doorgezakte rug een weekje op stal. Werd-ie heel fit van. Die man op dat ruintje, ik op die merrie. Ze liepen allebei prima. Ik zei: 'Leg er een rooitje (duizend gulden, red.) bij en we hebben een deal'. De dag erna stond die merrie kreupel op stal. Hij had me belazerd, maar ja, wat kon ik daar nou van zeggen..."

Prachtleven
„Als ik eraan terug denk heb ik weer schik. Ik heb een prachtleven gehad. En nog! Heb ik al verteld dat ik magnetiseur ben? Ik strijk pijn zo weg. Handoplegging, heeft ooit iemand bij mij gedaan. Ik geloofde er geen flikker van, maar ik kreeg het bloed- en bloedheet en de pijn was vertrokken. Moet ik toch ook kunnen, dacht ik." De oogjes gaan op guitig. „En ik kan het ook, ik help kennissen van hun kwaaltjes af. Weet je, dat is de rode draad van mijn bestaan. Ik ben alles altijd maar gewoon gaan doen, dan wist ik of ik het kon."

Kees

Boven: Cees Lighthart geen miljonair meer,
maar zeker zo gelukkig als toen.
(foto Serge Ligtenberg)





  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Klassiekers

Kampioensch.

Rennen

Langebanen

Kortebanen

< Mensen

Diverse