NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

DE GESCHIEDENIS VAN
DE PAARDENSPORT TOTALISATOR
IN NEDERLAND

Woestduin

Boven: De prachtige draf- en renbaan Woestduin in 1908.
Links de bookmakers met hun plankjes, verderop de
totalisatorkiosk. De wedders konden kiezen.

Woestduin

Boven: De jockey in het midden overlegt met de trainer
en de eigenaren van zijn paard over te volgen tactiek.
Op de achtergrond de 8-hoekige totalisatorkiosk.
De sport floreerde, tot in 1911 het totalisatorverbod van
kracht werd, waardoor o.a Woestduin moest worden gesloten.

Onderstaand verhaal is gepubliceerd in het Jubileumboek van
de Algemene Eigenaren Vereniging A.E.V. "De Drafsport",
ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan in 2000.

Het wedden op paarden

Vergeleken met andere kansspelen heeft het wedden op de resultaten van de paardenkoersen een lange historie. In ons land is al in de zestiende eeuw sprake van "wedrennen", aanvankelijk met weddenschappen tussen eigenaren van paarden en later met "bookmakers" bij wie bezoekers van de banen hun weddenschappen konden afsluiten.
Aan het einde van de negentiende eeuw kwam het instituut "totalisator" tot stand, een Franse vinding die nu op alle banen in de wereld wordt toegepast. Het verschil tussen de bookmakers en de totalisator is dat bookmakers meestal weddenschappen afsluiten tegen een van te voren afgesproken uitkering in geval van winst, terwijl de uitkering bij de totalisator na de koers wordt berekend, afhankelijk van het bedrag dat op het winnende paard of een combinatie is gespeeld.

Dat neemt niet weg dat in enkele landen (Engeland, België) de officiele bookmaker nog steeds zijn werk "op de plank" uitvoert. Twee van de grootste bookmakerkantoren in Engeland scoren ieder een omzet van miljarden guldens per jaar. In landen als Nederland, Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen is de bookmaker niet meer toegestaan.

Duindigt

Boven: Ook Duindigt had haar achthoekige toto-huisje, achter de tribune.
Daarachter het lange afdak voor de bookmakers met hun "plankjes".
Foto uit 1909.

Boven: De bekende Haagse moppentapper Harry Engels
heeft in de eerste decennia van de XXI-ste eeuw in België
nog een officiële bookmakervergunning.

Boven: Hier staan enkele bookmakers in België bij hun "plankjes", met
rechts Harry Engels (met hoed). Aan deze kant zitten de "handlangers",
die de weddenschappen noteren, ook voor de baanvereniging,
die een percentage krijgt.

In Nederland
Ook ons land heeft bookmakers en een totalisator gekend. In 1897 nog werden op de renbaan Clingendaal bij Den Haag grote draverijen en rennen verreden waarop gewed kon worden. Er waren talloze grote renstallen, meestal behorend aan de adel, die eigen trainers en jockeys in dienst hadden. Voor de grote rennen kwamen volbloeds over uit Engeland, Frankrijk en Duitsland en op die dagen was de gehele "bon ton" van Den Haag en omgeving met gerij op Clingendaal te vinden.
Hieraan kwam een einde toen in 1911 bij de behandeling van de zedelijkheidswet in het parlement een motie van de katholiek Van Vuuren werd aangenomen. Ondanks het feit dat de toenmalige Minister van Justitie waarschuwde dat aanneming van deze moeite bet einde van de draf- en rensport zou betekenen, kreeg Van Vuuren met één stem meerderheid zijn zin.
Het besluit van het parlement was desastreus voor de draf- en rensport. Vrijwel alle grote renstallen werden opgeheven. Voortreffelijk paarden, trainers en rijders van naam vertrokken uit ons land. De drafsport hield zich voornamelijk, zij het in zeer bescheiden mate, door de vele kortebanen in stand.

Clandestien
Ondanks het wedverbod werd er toch noch flink gewed, echter met dit verschil dat de clandestiene bookmakers de winst in eigen zak staken en slechts mondjesmaat een bedragje aan de organiserende baanvereniging ter beschikking stelden. De prijzen in de koersen waren zo laag dat er geknoeid moest worden om nog iets te verdienen. Afspraken over het verloop van de koersen waren schering en inslag. Nog steeds heeft deze tak van paardensport met het toen gekweekte schadelijke beeld te maken. Erger was dat het grote publiek de draf- en rensport de rug toekeerde.
Enkele pogingen in de periode 1911-1940 om de regering een ander standpunt te laten innemen, strandden. Na een korte opbloei na de eerste wereldoorlog zakten de draf- en rensport steeds verder weg. Na een dertigjarig verbod kwam de totalisator gedurende de tweede wereldoorlog weer terug, dankzij de Duitse bezetter. Het resultaat was een grote belangstelling voor de koersen, een toenemend aantal eigenaren van paarden, trainers en rijders en de import om het draver- en volbloedbestand te versterken. Vooral Frankrijk en Duitsland werden de leveranciers van deze paarden. Op Duindigt werden toto-omzetten gescoord van zes en zeven ton. Daardoor konden de prijzen in de koersen zo ver worden opgetrokken dat eigenaren en fokkers weer durfden te investeren. Direct na de tweede wereldoorlog werd het wedden opnieuw verboden. Voor de buitenlandse troepen in ons land werd echter een uitzondering gemaakt door slechts militairen in uniform toe te staan bij de totalisator weddenschappen af te sluiten.

Pas in 1948 werd een wetsvoorstel ingediend dat de herinvoering en organisatie van de totalisator behelsde. Het wedden op paarden zou worden toegestaan onder talloze beperkingen. De maximale inzet per paard werd door de overheid vastgesteld op f 10. Om op een paard voor f 30 op winnend te spelen moest de wedder drie keer in de rij gaan staan. Een vreemde maatregel, omdat het wel was toegestaan om bijvoorbeeld bij tien startende paarden op alle paarden voor tien gulden op winnend en plaats te spelen. Maar wie niets heeft, is al blij met een half ei. Onder deze voorwaarden werd op 3 april 1949 voor de eerste keer een wedstrijd georganiseerd op Duindigt, waar het mogelijk was via de totalisator weddenschappen op de uitslagen van de koersen af te sluiten.
Het eerste jaar (1949) bedroeg de landelijke omzet f 3,5 miljoen en het uitgeloofde bedrag aan prijzen ca. f 350.000. Maar ondanks dit vrij povere begin van een "toto aan banden" geloofden de organisaties van de draf- en rensport in de verdere ontwikkeling van het koerswezen.

Boven: Zelfs een politieke partij wist onze sport te vinden,
getuige deze advertentie in Paardensport en Fokkerij d.d. 9-5-1946.
Er waren in dat jaar parlementsverkiezingen en dit was een oproep daarvoor.
De Partij voor de Vrijheid wilde de Zedelijkheidswet opheffen en dat is uiteindelijk
in april 1949 gelukt, mede dankzij deze partij. De Partij van de Vrijheid was een
naoorlogse voortzetting van de Liberale Partij en kreeg bij de kamerverkiezingen
van 1946 zes zetels. De leiding was in handen van Dirk Stikker en de partij
leverde later vice-premier Korthals Altes. In 1948 fuseerde de partij met het
Comité ter voorbeeiding van een Democratische Volkspartij tot de
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).

Zonder toto geen sport.
Niet alleen in ons land, maar ook in andere landen die een (zeer) kortstondig wedverbod op de koersen hebben gekend, is gebleken dat de draf- en rensport zonder de inkomsten uit het spel op de totalisator niet kunnen bestaan. De investeringen die fokkers en eigenaren doen, het onderhoud en de verzorging van de paarden, het onderhoud van de banen alsmede de vele anderen die beroepsmatig in deze takken van sport werkzaam zijn, vergen kapitalen.

Wanneer aan de inhoudingen van de totalisator geen speciale bestemmingen waren gegeven (prijzengeld en fokpremies), zou er van paardensport nog nauwelijks sprake kunnen zijn. Dit ondanks het feit dat het merendeel der eigenaren deze sport als een liefhebberij blijft beschouwen.

In 1982 beschreef Mr F.J. Gallast, de vertegenwoordiger van het Ministerie van Justitie in de commissie Kansspelen, het belang van de paardentotalisator nog als volgt. "De inhouding op het wedspel is niet alleen bestemd voor de exploitatie van de paardentotalisator, maar bestemd voor velerlei doeleinden op het terrein van de paardensport en fokkerij. De paardenhouderij in Nederland is een volwassen bedrijfstak waar veel geld mee is gemoeid."
Alleen al de Nederlandse Hippische Sportbond (NHS) ontving toentertijd circa f 1 miljoen per jaar uit de inhouding van 2,3 % voor de (Ministeriele) Stichting Fonds Nederlandse Veefokkerij. Koninklijke Fondsen, zoals het Koningin Wilhelmina Fonds, ontvingen (en nu nog) 0,2 % uit de totalisatoromzet. Inmiddels is het zogenaamde Veefonds opgeheven en is het slechts een commissie van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij die de verdeling van de inhouding van 2,5% beheert. Dit bevestigt tevens de uitzonderingspositie die de paardentotalisator inneemt. Elke andere kansspelorganisatie dient eerst 60% af te dragen voor allerlei goede doelen, de overige 40% is bestemd voor de eigen exploitatie en uit te keren prijzen.
Het aantal kansspelorganisaties is inmiddels aanzienlijk uitgebreid. Ook de goklust in Nederland nam toe, getuige de omzetresultaten die zich nog steeds in opgaande lijn bewegen. In 1998 bedroeg de totale omzet f 2.633.600.000 (+ 9% tegenover 1997). De verdeling van de omzet is als volgt:
Staatsloterij 48,2%
Postcodeloterij 20,6%
Sporttotalisator 10,7%
Instantloterij 7,6%
Bankgiroloterij 5,6%
Sponsorloterij 4,1%
Paardentotalisator 3,2%
(bron: jaarverslag 1999 College van Toezicht op de Kansspelen)

Paardentotalisator
Duidelijk is de nederige positie die de paardentotalisator nu inneemt. Dat is niet altijd zo geweest. De omzetresultaten geven in de periode 1949-1981 nog wel een gestage groei te zien van f 3,5 miljoen naar f 136 miljoen. Na deze periode is het halen en brengen. Ladbroke slaagt erin de neergaande lijn van f 136 miljoen naar f 82 miljoen in de periode 1982-1986 om te buigen naar een recordomzet van f 161 miljoen in 1989. Opnieuw zakt de omzet in en loopt terug naar f 81 miljoen in 1998. De bijdrage van SENS is nihil. Het jaar 1999 geeft met Autotote pas weer een lichte stijging te zien van ruim 3%.

De introductie van een groot aantal spelmogelijkheden op de wedmarkt heeft zijn invloed op de resultaten gehad. De paardentotalisator heeft zo zijn specifieke eigenschappen die sterk gebonden zijn aan de wedstrijdsport. De belangstelling voor de wedstrijdsport is essentieel voor de omzetontwikkeling. De resultaten zijn sterk afhankelijk van de wijze waarop het geld rouleert. In het bijzonder de inhoudingspercentages en de keuze van spelsoorten spelen daarbij een belangrijke rol.

Inhoudingspercentages
Aan de hoogte van de inhoudingspercentages dienen grenzen te worden gesteld om de deelnemers aan het spel niet te zwaar te belasten en daardoor de omzet negatief te beinvloeden. Aan de hand van het overzicht van de ontwikkeling van de hoogte van de inhoudingspercentages moeten vraagtekens worden gezet bij de rechtvaardiging van de verhogingen. De stelling dat een te sterke verhoging tot omzetverlies leidt of tot stagnatie in de groei ervan, is inmiddels juist. Inkomstengroei kan alleen worden verkregen door groei van de omzet en niet door tomeloze verhoging van de inhoudingen. Tot 1975 bedroeg de inhouding op alle spelsoorten 20%, inmiddels (jaar 2000) is dit gestegen tot gemiddeld 33% getuige het volgende staatje:

Boven: Inhoudingspercentages bij de verschillende weddenschappen
van de Nederlandse Totalisator.

De praktijk bewijst dat inhoudingen tussen de 20% en 28%, mede afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de spelsoorten, de beste resultaten bieden.

Spelsoorten
Van 1949 tot 1963 bestond het spelaanbod uit vier spelsoorten, winnend, plaats, groepskoppel (deelnemende paarden ingedeeld in vier groepen) en covercal (tweede aankomende paard). Deze spelsoorten kennen een lage moeilijkheidsgraad en leveren derhalve veel juiste weddenschappen op.

Enkele wed-attributen in het NDR-Museum

Museumstukken

Boven: Oude Totalisator attributen.

Museumstukken

Boven: Nog meer Totalisator attributen:
SCHEURTICKETS

Museumstukken

Een ticket van een verdwenen weddenschap:
COVERCAL
Men moest de tweede
aankomende raden.
Het onderste getal gaf het
aantal tickets aan, dat al was afgescheurd. Hiermee kon men een soort Cote-eventueel inschatting maken.

Museumstukken

Een ticket van een verdwenen weddenschap:
GROEPSKOPPEL
Het veld met paarden moest in 4 groepen worden verdeeld en men moest raden uit welke groep de eerste en tweede aankomende zouden komen.
In Alkmaar was dat regelmatig
koppel 1-1.


Trio
In 1963 volgde de introductie van het trio-spel. Deze spelsoort werd in korte tijd populair en dat is zo gebleven. Het is een spelsoort met een hoge moeilijkheidsgraad, omdat drie paarden in de juiste volgorde gespeeld moeten worden. Het aantal juiste weddenschappen is in verhouding met de eenvoudige weddenschappen veel geringer. Triospel is attractief vanwege de aantrekkelijke uitbetalingen. Kwartetspel, vier paarden in juiste volgorde, kent een zeer hoge moeilijkheidsgraad en geeft hoge tot zeer hoge uitbetalingen. Niet zelden ontstaat een jackpot. Op het eerste gezicht aantrekkelijke voorwaarden. Er kleven aan deze spelsoort echter ook nadelen, die zich sterk doen gevoelen wanneer het spelersbestand klein is. Er worden namelijk grote bedragen aan het circuit onttrokken door het hoge inhoudingspercentage en de meestal verschuldigde kansspelbelasting. Bij een inhoudingspercentage van 35% en kansspelbelasting van 25% blijft slechts 48% over voor uitkering bij een goede weddenschap.

(einde artikel Durk Minkema uit 2000)

Naschrift:
In 2020 is de wet op de Kansspelen aangenomen. De kansspelbelasting (was inmiddels opgetrokken van 25 % naar 29 % bij uitkeringen van meer dan € 450) is omgezet in een bronbelasting. Nu moet van elke ingezette Euro 24,3 % worden afgedragen.

Boven: 1,2,3, kwartet. Da's geen kinderspel!


Onderstaand artikel is gepubliceerd in het blad Draf&Rensport
in een speciale uitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan
van "het lijfblad" in 2001.

50 jaar paardensport-totalisator in Nederland

subtitel: De ongrijpbare curve van het spel

door Hans Sinnige

Sinds 1949, het jaar waarin de politiek eindelijk besloot om een einde te maken aan het totalisatorverbod dat in 1911 was ingesteld, werd zestien jaar lang meer dan f 100 miljoen gewed op de paardenkoersen. Helaas voor de draf- en rensport lag die piek tussen het einde van de jaren '70 en het begin van de jaren '90. De laatste jaren heeft zich een scherpe daling van de omzetten ingezet en daar lijkt niemand echt vat op te krijgen. In deze historische bijlage van Draf&Rensport staan we uiteraard stil bij de ontwikkelingen in het spel. We doen dat aan de hand van de verschillende spelaanbieders. Die waren in de afgelopen 50 jaar precies op één hand te tellen: de Stichting Totalisator Nederland (STN), Ladbroke, Hippo Toto, de Staatsloterij (SENS) en Autotote. Wie van hen hadden er succes en wat deden ze om 'ons' aan het wedden te krijgen?

Nadat na de oorlogsjaren in 1949 pas een nieuwe start mocht worden gemaakt met het wedden op paardenkoersen beet de Stichting Paardentotalisator Nederland het spits af. Nadat op 3 april de eerste weddenschappen weer konden worden geplaatst kwam de jaaromzet uit op ruim f 3,5 miljoen. Het zou nog zes jaar duren voordat het jaartotaal voor het eerst de f 10 miljoen overschreed. In 1956 werd er f 12,1 miljoen omgezet, ruim 21% meet dan het jaar ervoor. Meteen werd ook het prijzengeld verhoogd. De gezonde en zeer directe relatie tussen de hoogte van de wedomzetten en de hoogte van de prijzengelden was dus al vroeg aanwezig. Voor veel eigenaren was de situatie in deze rooskleurige jaren aanleiding om flink te investeren in met name de betere buitenlandse paarden.

Boven: In 1949 mocht het weer: de paardentotalisator is in ere hersteld.
Om ook de kortebanen te bedienen beschikt de Stg. Totalisator Nederland
over een praktisch ingerichte autobus met loketten en
een administratieve ruimte.

In 1958 werd een belangrijke stap gezet om de paardenkoersen als kijkspel op een hoger plan te krijgen. Hans Eysvogel deed op Duindigt tijdens de Hengsten en Merries Productenrennen voor het eerst een live-verslag van het koersverloop. De stijgende lijn in de omzetten werd in dat jaar en ook de jaren erna moeiteloos vastgehouden. In 1963 werd er in een jaar tijd voor het eerst meer dan f 20 miljoen omgezet en daarna leek het alsmaar harder te gaan. In 1967 werd de grens van de f 40 miljoen geslecht, in 1970 Het jaar 1975 staat met een gouden randje in de geschiedenisboeken vermeld. Iemand, wie precies is niet bekend, komt met het idee voor een Supertrio. Het Veefonds ziet er wel wat in en doet een bijdrage in de ontwikkelingskosten. Het spel wordt nog datzelfde jaar gelanceerd. Op 27 april wint Sjeng Hendrikx met Lady de eerste editie. Er werd f 91.218 ingezet op het eerste Supertrio en de uitbetaling mocht er gelukkig ook zijn: f 1.800,30. Zelfs Studio Sport is enthousiast over het nieuwe paardenspel, ze ruimen meteen vijf minuten zendtijd in en zorgen er zo voor dat heel Nederland in een klap het Supertrio kent. Dat er nadelen kleven aan de manier waarop de weddenschappen moeten worden ingeleverd (alleen op de baan en ook nog eens een week van tevoren) mag de pret voorlopig niet drukken. De omzet stijgt in 1975 met bijna f 14 miljoen ten opzichte van het jaar ervoor, een geweldige stap vooruit.

Boven: Waar wordt er gekoerst? Vroeger las men dat in één oogopslag af
van de zeer herkenbare bus van de Nederlandse Totalisator.
Ook de achter de bus rijdende automobilisten werden
op de koersen opmerkzaam gemaakt.

Boven: Het SuperTrio formulier.

In 1976 overschrijdt de jaaromzet voor het eerst de f 100 miljoen en daarna, als er eindelijk buiten de baan en per post op het Supertrio kan worden gespeeld, wordt met reuzenstappen de f 119 miljoen gehaald in 1979. Om een indruk te geven van de dagomzetten in dat jaar: tijdens de Gigantenmeeting wordt de f 1 miljoen omzet net niet gehaald en op een doorsnee woensdagmiddag op Duindigt wordt ongeveer f 340.000 ingezet. Wat een bedragen...

In 1980 wordt op Duindigt de elektronische totalisator geïntroduceerd. Wanneer maar de goede streepjes op de langwerpige speelkaarten worden gezet wordt alles keurig geregistreerd door de computer en wordt het totaalbedrag van de weddenschappen automatisch berekend. De cote-eventueel verschijnt elke 19 seconden aangepast op de schermen van de monitoren. Dat de totaalomzet hierna verder zou stijgen was ingecalculeerd.

Eys

Boven: Toto-formulier voor alle soorten weddenschappen.
De roze rechthoekjes moesten met een balpoint worden
zwartgemaakt. Dit waren een soort 'ponskaarten' voor
de Ladbroke-computers.

Boven: Op 22 juni 1981 is het zover. De postkantoren fungeren als inleveradres
voor het Supertrio. De Minister van Verkeer, Nelie Smit-Kroes, huldigt de
eerste Supertrio-winnaar nieuwe stijl. De heren Van Binsbergen, Baron van
Tuijl van Serooskerken, Roozemond en Savelkous beleven het mee.

In 1981, het jaar dat het aantal inleveradressen voor het Supertrio ineens wordt uitgebreid naar 2600, wordt een voorlopige top bereikt van f 136 miljoen. Voor 1982 calculeert de NDR een stijging naar f 140 miljoen in, maar voor het eerst sinds de herinvoering van de totalisator komt er een kink in de kabel en treedt er meteen een forse daling op. In 1983, het jaar waarin actievoerders (enkele eigenaren) onder aanvoering van C. Disselkoen uit onvrede over het beleid een Supertriodraverij verijdelen door vrachtwagens de baan op te rijden, daalt de omzet ten opzichte van het jaar ervoor met meer dan 10%. De economische recessie, die op dat moment heerst, speelt daarbij ook een rol. De NDR grijpt meteen hard in en besluit tot een drastische verlaging van het prijzengeld.
Dat men niet bij de pakken neer zit bewijzen enkele acties in 1984. Om het tij te keren wordt het later zeer populaire WS-spel ingevoerd. De wedder moet van vijf opeenvolgende koersen de winnaar aankruisen, een hele opgave. Verder wordt op 1 december in de Haagse Markthof het eerste wedkantoor in ons land geopend. Een voltreffer, want in de eerste week wordt daar meteen een topomzet van f 40.000 gedraaid.

Eys

Boven: Vijf winnaars op een rij raden: W5.
De roze rechthoekjes moesten met een balpoint worden
zwartgemaakt. Dat werd door de computer gelezen en verwerkt.
De formulieren konden op veel verkooppunten worden ingeleverd.

Ladbroke komt in 1986
Desondanks blijven de omzetten dalen. In 1984 duikt men met f 93 miljoen voor het eerst weer onder de psychologisch belangrijke grens van f 100 miljoen en een jaar later staat de teller zelfs stil op f 83 miljoen. STN-directeur Fred Erdtsieck ziet het niet meer zitten en voorspelt voor 1986 zelfs een omzet onder de f 80 miljoen. Zover komt het gelukkig niet, maar daar was wel hulp van buitenaf voor nodig. In 1986 werd de Engelse wedgigant Ladbroke binnengehaald, zij zien Nederland als een enorme groeimarkt. De komst van Ladbroke is een in alle opzichten historisch moment, want de hele cultuur binnen sport en spel verandert op slag. Ladbroke zet vanaf de eerste dag volledig in op het ontwikkelen van een wedkantoren-net waarbij ook omzet moet worden behaald op buitenlandse koersen. Daar ligt in hun ogen de groei. De relatie tussen de hoogte van de omzetten en de hoogte van de prijzengelden verdwijnt ook. Ladbroke garandeert voor langere tijd het prijzengeld van 1986. De overeenkomst met de Engelsen wordt in principe aangegaan voor 20 jaar, waarbij een ontsnappingsclausule is ingebouwd na drie jaar.

Boven: Willem Ruis presenteert VARA's Sterrenshow, waarin de drafsport
een voorname plaats inneemt. De eerste uitzending in 1985 is een succes,
per saldo neemt daarna de belangstelling snel af.

Boven: Ladbroke Totalisator opende op 17 februari 1987
een wedkantoor in Scheveningen, vlakbij het Kurhaus.

Die drie jaar verstrijken zonder problemen en Ladbroke slaagt erin om de omzetten fors omhoog te krijgen. Via f 107 miljoen in 1987 en f 146 miljoen in 1988 wordt in 1989 de hoogste totaalomzet tot op heden gehaald: f 160.816.000. Op papier lijkt dat allemaal geweldig, maar achter de schermen rommelt het. Ladbroke moet veel teveel kosten maken om omzet binnen te halen, met name het wedkantorennet kost handen vol geld. In 1990 wordt in alle stilte de overeenkomst tussen de NDR en Ladbroke herzien. De Engelsen laten weten dat ze willen nadenken over het uitdienen van de geplande 20 jaar en treffen intussen voorbereidingen, die weinig goeds doen vermoeden. Ze sluiten een groot aantal wedkantoren, vervangen het management en geven steeds vaker signalen af dat ze het in Nederland niet meet zien zitten. Een jaar later, in 1991, wordt de knoop doorgehakt. Nadat de omzet nog eens met 9% daalde ten opzichte van het jaar ervoor vertrekt Ladbroke.

STN --> Hippo Toto
De NDR zit even met de handen in het haar, omdat zich geen opvolger aandient. "Dan doen we het maar zelf", zo wordt besloten. Om de Stichting Totalisator Nederland (STN) in de rol van toezichthouder te kunnen laten functioneren wordt de nieuwe organisatie Hippo Toto opgericht. Dit bedrijf, geleid door Dick van Campen, neemt een groot aantal Ladbroke-medewerkers over zodat de draad meteen weer kan worden opgepakt. Wel volgen er maatregelen in de kantlijn. Het kwartet en het W5-spel worden afgeschaft en er verdwijnen nog meer wedkantoren. Een verdere daling van de omzet kon dan ook niet uitblijven. In het eerste jaar van Hippo Toto wordt de 123 miljoen nog gehaald (een daling van 14,8%), daarna blijft men in 1992 ondanks de introductie van het spel Dubbel Winnend steken op f 111 miljoen.

Boven: Een massa mensen voor het loket van de Hippo Toto-bus in Heemskerk,
want een gokje wagen doen de Heemskerkers graag. De toto-omzetten
zijn hier altijd zeer hoog, Heemskerk behoort wat dat betreft bij
de top-drie van het Kortebaancircuit.

SENS
De vrije val lijkt ingezet, maar eind 1992 is er ineens weer hoop. De Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS), kortweg De Staatsloterij, blijkt zin te hebben in het wedden op paarden en een contract om de exploitatie over te nemen, treedt op 1 januari 1993 in werking. Net op tijd, want NDR en Hippo Toto waren op dat moment zo goed als failliet. De SENS is gul, te gul zoals later zou blijken. Ze betalen voor Hippo Toto f 9,2 miljoen en beloven de sport vijf jaar lang een afdracht van f 14 miljoen. Het enige dat de NDR daarvoor terug moet geven is 220 meetings per jaar met tien koersen en tien paarden per koers. Lukt dat niet, dan worden er boetes opgelegd.

Derby-8
De SENS wil er echt iets van maken en ontwikkelt in 1994 het spel Derby 8, geschikt voor een groot publiek en bedoeld voor uitzending op televisie. Helaas vergat men daarbij juridisch te toetsen of dit 'lotto-achtige' spel wel onder de afgegeven wedvergunning viel. Dat bleek na een gang naar de rechter, een initiatief van een zeer boze Lotto, niet zo te zijn. De rechter verbood het spel en daardoor zag de SENS enkele miljoenen aan ontwikkelingskosten in de gootsteen verdwijnen.
Uiteraard had dat gevolgen. Leo van Gastel, de SENS-directeur die het initiatief had genomen om het wedden op paarden binnen te halen, moest het veld ruimen. Het feit dat de wedomzetten ook maar bleven dalen en de kosten door het eerder afgesloten contract met de vaste afdracht hoog bleven, gaven hem het laatste zetje. De nieuwe SENS-leiding liet in 1995 weten dat ze het contract tot en met 31 december 1997 zouden uitdienen, maar dat het daarna einde verhaal zou zijn. Ze hielden woord en op 1 januari 1998 gaat het wedapparaat weer verder onder de naam Hippo Toto.

Boven: RTL's Paulien Dekker had het wedproduct
Derby-8 aan de man moeten brengen.

Boven: Door HippoToto/SENS werd onderhandeld met
Dirk Lindenbergh en zijn echtgenote Annet van de Errèl-Groep.
Zij bereikten halverwege 1997 overeenstemming met SENS
over de overname van Hippo Toto. Maar uiteinelijk ging het
niet door en kwam er een nieuwe gegadigde: Autotote.

Autotote
Er lijkt een moeilijk jaar aan te komen, totdat ineens de heren Kooij en Den Nijs op de proppen komen met een nieuwe wedpartner. Zij krijgen het Amerikaanse Autotote zover dat ze hun handtekening zetten onder een contract voor vijf jaar. Uiteraard zijn de condities minder royaal dan onder de SENS, maar dat is logisch. Autotote betaalt een vaste afdracht van f 9 miljoen als de NDR in staat is om 180 meetings met elk 10 koersen en negen paarden per koers te organiseren. Als de jaaromzet boven de f 120 miljoen komt, zal Autotote de afdracht verhogen, zo wordt beloofd.

Om dat te bereiken moet er heel wat gebeuren, want 1997 wordt afgesloten met een jaaromzet van 86 miljoen. Autotote kondigt investeringen aan, ondermeer in Sportcafé's en nieuwe wedkantoren. Ook zal er eindelijk weer eens wat gebeuren aan de Public Relations, zo wordt gemeld.

Boven: Begin januari 1998 presenteerde de top van Autotote zich
aan de Nederlandse pers in Scheveningen. Rechts 'the main man',
de gedreven Gerard Spoor.

Boven: Gerard Spoor geeft het goede voorbeeld
op een nieuw toto-apparaat.

Internet wedden
Gerard Spoor, in Nederland geen onbekende en een gevierd baanmanager in Canada, neemt het roer ter hand met een aanstekelijk enthousiasme. Hij laat tijdens een spreekbeurt bij de Algemene Eigenaars Vereniging weten dat hij voor 1999 een omzet verwacht van f 94 miljoen, daarna volgt volgens hem de echte doorbraak en gaan we op weg naar de f 120 miljoen. Hij streeft naar samenwerking met Errel, Holland Casino's en SNS. Ook ziet hij groeimogelijkheden in het wedden op internet.
Om uiteenlopende redenen incasseert Autotote echter tegenslag na tegenslag. Alle beoogde samenwerkingsverbanden zijn inmiddels van de baan, alleen het wedden via internet is nog een actueel project. In 1999 en 2000 kwamen de jaaromzetten beide malen uit op f 84 miljoen. Een stijging dus, maar lang niet zo groot als was gehoopt en verwacht. Omdat de Amerikaanse moedermaatschappij weinig zin heeft om een traject door te zetten dat in drie jaar tijd f 6 miljoen verlies opleverde werd enkele maanden geleden het contract met Autotote opengebroken. De vaste afdracht kwam hierbij te vervallen. De NDR krijgt nu 11% van alle omzetten op de Nederlandse koersen en 7% van de buitenlandse koersen. Voor 2002 zal dat ongetwijfeld consequenties hebben voor de hoogte van het prijzengeld, net zoals dat vroeger het geval was, toen er een directe relatie bestond tussen het spel en het prijzengeld.
Wat de omzet voor 2001 betreft: die zal waarschijnlijk iets lager uitkomen dan vorig jaar. Daaraan is de MKZ-crisis voor een belangrijk deel debet.
Niet alleen in Nederland werd enkele weken niet gekoerst, ook in het veel zwaarder getroffen Engeland lag het koerswezen grotendeels plat. Zou deze crisis achterwege zijn gebleven, dan was er wellicht een kleine plus te vieren geweest en dat zou een mooie opsteker zijn geweest.

Ruim vijftig jaar spel geeft een opvallend beeld te zien. Vroeger, toen alles nog simpel was, leken de bomen tot in de hemel te groeien. In de beginjaren '80 kwam de kentering en daarna heeft elke spelaanbieder alleen nog maar achter de feiten aangelopen. Vaak wordt gezegd dat het wedden op paarden het heeft verloren van de andere kansspelen door een gebrek aan promotie. Als dat waar is ligt de oplossing om het tij te keren voor de hand: breng sport en vooral spel weer onder de mensen. Voorbeelden van landen waar dat ook is gelukt (Zweden, Amerika, Frankrijk en Italie) liggen voor het oprapen. Het zal veel moeite kosten om de weg naar boven weer te vinden, maar het realisme van Gerard Spoor en zijn ervaringen in Canada lijken nog steeds een prima basis voor de toekomst.

(einde artikel Hans Sinnige uit 2001)


In de XXI-ste eeuw:
internationalisering,
grotere wedpools en hogere toto-omzetten

Internetwedden nam aan het begin van de XXI-ste eeuw een grote vucht. Wedders konden thuis met de laptop of I-phone weddenschappen afsluiten en vaak ook de koersen live bekijken.
Ook in internationale common-pool konden weddenschappen worden geplaatst, eerst op het Zweedse V-75 met grote jackpots (sinds 2003).
Later (in ????) werd een contract opgesteld tussen SNDR en het Franse Le Trot/PMU voor samenwerking op het gebied van draverijen en weddenschappen. Voor de fokkerij werd de dubbele nationaliteit NL-TF bedacht. Win-win voor Frankrijk en Nederland. De eerste tijd werden sommige koersen van Victoria Park ook aangeboden aan de Franse wedders, waardoor de wedpools heel groot werden en het voor de NL-spelers veel intressanter werd om weddenschappen af te sluiten, en ook grotere bedragen in te zetten. Bovendien kwamen er meer soorten weddenschappen (plaatskoppels, etc.). Later kreeg ook Duindigt wel eens een PMU-koers, meestal een Klassieker, zoals de Derby of de GP der Lage Landen. Of een lunch-meeting op momenten wanneer er in Frankrijk geen koersen werden aangeboden.

SNDR en VPW kregen een afdracht afhankelijk van de toto-omzetten. De doteringen in dergelijke koersen was ca. 5 keer zo hoog als normaal, met eerste prijzen van ca. 2.500 Euro. Er kwamen ook koersen voor alleen Franse dravers. Er werden veel Franse paarden geïmporteerd omdat dit voor trainers en eigenaren een lucratieve business was. Voor velen interessanter dan een NL-jaarling kopen en dan anderhalf jaar moeten wachten totdat hij eventueel in de baan zou komen, of niet.

In 2019 werd Runnerz-Nederland overgenomen door het Franse ZEturf. In november 2020 is de naam veranderd van Runnerz naar ZEturf.
(Wordt vervolgd)

Boven: In 2003 werd dit chique wedkantoor geopend in
het amusementscentrum in Hoogezand. Ook in Jack's Casino in Oss
werd in 2003 een hoek ingeruimd voor het wedden op paarden.

Wed-aanbieders in Nederland

jaren aanbieder eigenaar
18??-1911

????

???

1911-1949

totalisator verbod in Nederland!!

n.v.t.

1949-1986

Stg. Paardentotalisator Nederland (STN)

idem

1986-1990

Ladbroke

idem

1991

Hippo Toto

SPN

1991-1993

Hippo Toto

NDR

1993-1998

Hippo Toto

SENS *

1998-2010

Champion's

Autotote / SGR ** (Can.)

2010-2019

Runnerz

Sportech Racing (Can.)

2019-heden

ZEturf

ZEturf France Ltd.

* SENS = Stg. Exploitatie Ned. Staatsloterij
** SGR = Scientific Gaming and Racing


Koerswezen
Voor de ontwikkeling van de toto-omzetten en het prijzengeld
vanaf 1949 tot heden: Click hier

Totalisatorverbod 1911-1948
Voor een artikel over dit desastreuze toto-verbod:
Click hier


  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Ned. drafsport

Ned. rensport

Klassiekers

Kampioensch.

Dravers

Records

Langebanen

Kortebanen

Kortebaners

Rennen

Volbloeds

Mensen

< Diverse